Wildzwemmen



Ik heb een slok Amstel op. Niet het bier, de rivier. Ook niet vrijwillig trouwens, ik was in gevecht met Kletsmajoor en zijn vriendje. Ik probeerde hun zwemband te enteren, waarop zij de tegenaanval inzetten, die bestond uit een niet aflatende hoeveelheid toegeworpen water.
Het Amsterdamse grachtenwater schijnt het schoonst te zijn van Amsterdam. Dat is heel mooi, en gratis zwemmen doe ik al jaren met plezier. Ik ben zelfs eens moedig in het kanaal voor mijn huis gesprongen, maar toen een dode vis mijn wang kuste, was dat minder dan romantisch. In de grachten van mijn jeugd waarde het botulisme, daar heb ik altijd angst voor gehad.
Waar smaakte de Amstel naar? Niet zo veel anders dan kouwe thee van verse munt, waarover misschien ooit een kat heen heeft gezeken (die grap heb ik gestolen van Jochem Myjer). Veel viezer dan de Amstel was het platje waar we waren neergestreken om het water op een ontspannen manier te kunnen betreden. Eigenlijk wilden we bij roeivereniging Berlage te water gaan, daar klim je immers gemakkelijk weer het vlonder op. (Het probleem van gracht-, kanaal- en rivierzwemmen, daar komt de te water geraakte soms te laat achter, is het weer terug op het droge zien te komen.)
Het platje dat we hadden gevonden bleek een dakloze/dronkelap-platje te zijn, vol scherven, verroeste en verse kroondoppen, halve en hele flessen, en er hing, dat was het minst aangenaam, een zeer penetrante urinelucht. We verhuisden toch maar naar het veldje voor Café Hesp, waar zoals gewoonlijk, pandemie of geen pandemie, hele volksstammen waren samengedromd. Niet zo gek, daar heb je twee trappetjes. Ontroerend toch wel (ik ben dikwijls ontroerd dezer dagen), hoe als een horde eendjes de zwemmers op hun beurt wachtten, watertrappelend (wat anders), om de trap te mogen bestijgen. Het uit een badpak druipende water van je voorgangster waarmee je dan soms wordt besprenkeld.
KM werd bijna geschept door een iets te strak voorbijvarende sloep. Hij had het niet in de gaten. Maar we zwommen, en we zwommen wild, dus het leven was goed.