Uit het leven van een mug

Martin Kratochvil


Het was nacht, mijn favoriete dagdeel, en ik vloog een ruimte binnen die leek op een slaapkamer. Ik zeg leek, omdat het eigenlijk geen aparte kamer was, meer een compartiment van een grotere kamer, maar dit is zifterij. Ik ging hoog op het gordijn zitten en keek eens om me heen. Duisternis, inderdaad, alhoewel die in de zomer gelukkig niet helemaal volledig is; hoe dan ook vertrouw ik op mijn reukorgaan. Ik koerste op de muur af, cirkelde daar rond en vond een nieuwe rustplek op het hoofdkussen, vlak naast de ingedrukte wang van  een moeilijk kijkende man. Dit bed, had ik al in de gaten, was voorzien van drie hoofdkussens; nochtans lagen er, als ik op mijn intuïtie mocht afgaan, twee mensen. Hoe dat zo? Het deed er niet toe. Mijn aandacht werd getrokken door een blote schouder. Zou mijn gezoem mijn bedoelingen verraden? Ik heb met dit risico leren leven. Het maakt het ook spannend. De blote schouder leek me toe te behoren aan een lichte slaper. Die indruk had ik gekregen omdat hij in de korte tijd dat ik in de 'slaapkamer' was, al enige keren had bewogen. Kleine zinloze bewegingen, die op mijn lachspieren werkten, als ik die had (bij mij zit de lach in mijn anus). De benen werden verplaatst, de handen nu eens hier dan weer daar neer gelegd; mutaties waarvan je als buitenstaander denkt: wat wil de mens? Enfin, het was tijd om toe te slaan voordat de schouder van positie zou veranderen. Je had van die lui die, alsof ze van te voren waren gewaarschuwd, of een zesde zintuig hadden voor mijn vrouwelijke aanwezigheid, ineens dekking zochten onder hun lakens, of hevig om zich heen begonnen te slaan. Arme stakkers. Maar nee, deze schouder bleef stug waar hij was, ook toen ik er op neerstreek en de huid inspecteerde. Dik, vet en hier en daar gehavend. Kon ik hier een proefboring maken en alvast wat spuug inspuiten? Ik tastte de boel af met mijn zuigende monddelen. Ik maakte kleine vliegende sprongetjes, maar de klomp vlees bleef stil, ik kon geen voorbereidingen bespeuren voor een klap, die wist ik, waarschijnlijk toch zou missen. Ha! Dat bezorgt me misschien nog wel het meeste bevrediging: het teasen, kietelen, tarten. Dat bloed kan me welbeschouwd gestolen worden.