Telefonische buurtborrel



Ik heb me nog niet geïnstalleerd op het matje, ik heb de heiige, Hollandse windmolen-oneindigheid nog niet dankbaar in me opgenomen, of mijn blinde buurman belt. 'Buurman, 'kom je een wijntje drinken bij mij op de stoep?'
'Buurman,' zeg ik, 'heel graag, maar ik ben op het strand.'
Onze lichamelijke verwijdering blijkt geen enkel obstakel voor een buurtborrel. Het enige verschil is dat ik hem niet mijn wijn kan inschenken, en hij mij niet de zijne. En dat we elkaar niet kunnen ruiken. Sinds hij gestopt is met roken, en we afstand bewaren ruik ik hem toch niet meer, dus dat verlies kunnen we ook afvinken.
We nemen de toestand in de wereld door. Mijn blinde buurman is goed op de hoogte, beter dan ik. Je zou hem een nieuwsjunkie kunnen noemen. Anders was hij niet begonnen over de laatste waanzin uit het witte huis (waarom dit nog met hoofdletters schrijven). Trump die beweert dat een of andere kritische talkshowhost een moordenaar is. Overdrachtelijk bedoeld dan toch, hoop ik, omdat zijn kritiek op Trumps beleid leidt tot meer corona-doden of zoiets? Niet eens. In de studio van de talkshowhost schijnt ooit iemand te zijn overleden en nu eist de president van de verenigde staten (idem) een onderzoek, hij roept het volk op om in deze zaak te duiken. Tja.
Als voormalige 'Amerikaan' (lees: iemand die een paar jaar in Amerika heeft gewoond) wordt mij niet zelden nieuws uit dat land voor de voeten geworpen, zo van: wat vind je daarvan, hè? Mijn blinde buurman heeft hier geen last van; zijn eigen zoon woont aan de Westkust. Iedereen bij die zoon in de buurt, heeft hij net van hem gehoord, loopt met MAGA-petten en T-shirts rond.
MAGA?
Ik haal maar weer eens historicus H.L. Wesseling van stal, die zei dat alles in Amerika groter is, dus ook de domheid.
Al met al lekker geborreld.