1000 : 3 =



We zijn weer thuis. Ik bedoel: we zijn weer thuis met de thuisscholing. Denk je, na de meivakantie, en het dappere openen van de basisscholen, inclusief militaire looproutes, weer aan wat anders toe te kunnen komen, zit je weer sommen te maken en woordjes te schrijven met weerspannige ex-kleuters en bijna-pubers. Want ja: half open, die scholen, dus dag op, dag af.
Hoeveel is 1000 gedeeld door 3? Tja. Dat is 333, had juf A. uitgelegd, maar dat snapte Kleine Leeuw niet (misschien dacht hij: maar 3 x 333 is toch 999 en geen 1000? Ik hoop dat hij dat dacht. Het juiste antwoord is namelijk: 333,333333... ad infinitum.) Hulp werd ingeroepen van de in de keuken werkzame tikker, meester V., 'want jij kan beter rekenen dan ik,' gaf Juf A. toe, 'ik kan alleen maar rekenen als het om geld gaat.' Juist. 1000 gedeeld door 3? Heb je al een staartdeling geprobeerd? Kleine Leeuw begint aan een staartdeling. Ik sta achter hem. Nog net niet met een rietje, of een latje, of een zweepje, maar hij voelde de hete adem dus wel in zijn nek, want hij barst in huilen uit, nog voor hij de uitslag van zijn berekening (en dus mijn gelijk) heeft kunnen aanschouwen. 'Een breuk!' roep ik uit. 'Dat is nu een breuk!' Je moet één appel kapotsnijden als je 1000 appels wil verdelen onder drie mensen!' Kleine Leeuw gaat nu nog harder huilen. 'Bedankt,' zegt Juf A. 'Ga maar weer weg. Aan jouw uitleg hebben we helemaal niets! Toen net was hij nog rustig sommen aan het maken en nu kan ik hem weer troosten.'
Prinses Schoffie heeft een ander probleem: geen zin. Ze kan heus netjes schrijven, als ze haar best doet, maar... eh... waarom ook alweer? Waarom niet leuke dingen doen enzo? 'Maar gisteren heb je op school toch ook netjes geschreven?' probeer ik. 'Toen vond je het prima.' (Dit laatste is een aanname, de kans is groot dat ze het ook daar vervelend vond, maar ja, peer pressure. Lang leve peer pressure. En: wat ouders niet zien daar lijden ze ook niet onder.)
Uiteindelijk toont Kleine Leeuw zich toch bereid met mij wat sommen te maken. 'Je moet het zien als een puzzeltje. Jij vindt het toch leuk om puzzels op te lossen?'
'Ja,' zegt hij, 'maar niet de hele tijd dezelfde puzzel.'
Hij heeft een punt.