Ma dame



Precies een jaar geleden was ik met mijn moeder in de Notre Dame. Ze wilde de kathedraal nog een keer zien, zei ze, en ook de beroemde gebrandschilderde ramen van Sainte Chapelle. Dat leek me een mooie smoes om nog één keer met haar naar de kerk te gaan, net zoals vroeger.
Het was niet druk die zondagochtend, en de rij die voor de ingang stond was de rij voor toeristen, niet voor de kerkgangers.
Het voelde voor een keer goed een kerkganger te zijn, hoewel kerkgang ook een vorm van toerisme is.
Binnen werden we vriendelijk welkom geheten door de dienstdoende geestelijke. Geen vrouw, inderdaad, en al snel zou blijken dat vrouwen tijdens deze Gregoriaanse mis geen rol van belang spelen, of het moet het uitdelen van papierwerk zijn.
Het halfdozijn mannen dat de mis deed, kwam gezamenlijk aanzetten, en, dit vond ik ontroerend: ze knielden even voor het mariabeeld aan de zijkant van het altaar. Vrouwen zijn er om vereerd te worden in de Rooms Katholieke kerk, niet om de macht aan over te dragen, en ik kan daar tot op zekere hoogte in meegaan.
Van de preek herinner ik me niets meer. Niet omdat het Frans niet te volgen was, of het kerklatijn (dat een oud ex-vriendinnetje en gymnasiastje van me al ooit beschimpte als zijnde inferieur), maar omdat zulke preken toch zelden uitblinken in zeggingskracht.
De orgelmuziek, die op magische wijze uit de achterwand leek op te stijgen, deed dat wel.
Ik weet de naam van de organist nog, Philippe Lefèbre, omdat ik een cd van hem kocht (mijn moeder vond dit onzin), en hem heb ge-emaild met de vraag wat hij die betreffende zondagochtend speelde tussen de psalmen door.
Messiaen misschien?
Het was à l'improviste, antwoordde hij, bijna verontschuldigend.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten