Ingewikkelde herenigingsvreugde



Iedereen is terecht: het Dagelijks Bestuur is terug uit Argentinië, de informaticus neemt zijn telefoon weer op en het huisdier ligt na een vlucht van 48 uur in de grote boze buitenwereld weer naast me op de zitbank, waar hij onrustig ligt te dromen, te oordelen naar de schokkerige bewegingen van zijn snorharen, – maar ik ben chagrijnig, naar het schijnt.
Weer even wennen aan het ensemble, dat zal het zijn.
En wie zegt dat ik chagrijnig ben? Is niet de snoepreizigster chagrijnig? Die heeft daar, met een jetlag, meer reden toe.
Voor haar is de overgang het grootst.
Hoewel: ik ben mijn dictatuur kwijt.
Hoe dan ook, de woordenwisseling aan de ontbijttafel draagt weinig bij aan de herenigingsvreugde. Jengelende kinderen die je te hard aanpakt al evenmin.
Dit blijft toch een van de fascinerendste, maar ook gekmakendste aspecten van het voor het overige gestaag voortkabbelende leven zoals dat zich tegenwoordig voor onze ogen afspeelt: stemmingswisselingen. Nu eens heb je nergens meer zin in, wil je iedereen weghebben en met rust gelaten worden; dan weer is het van pompidompidom wat een gezelligheid nu weer, zullen we er nog eentje doen en tenslotte weet je niet meer  w a t   je moet voelen. Levensfilosofisch lijkt het me aanbevelenswaardig om het gevoel niet te veel af te dwingen, maar de tijd lijdzaam te ondergaan, daar is het seizoen ook naar, maar de vrucht van passiviteit is geen passie. De vrucht van grilligheid is daarentegen wel wakkerte. Soms zit de mens het dier in de weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten