Een uppercut van de dood



Het is lang geleden dat ik verslagenheid voelde, maar sinds mijn Amerikaanse neef Joshua van der Kroft Glanzberg vrijdagavond op vreselijke wijze verongelukte op een metrostation in West, is het die emotie die mij uit mijn slaap en van mijn werk houdt.
Josh is een bijzondere achterneef van mij die ik in New York heb zien opgroeien, en met wie ik, toen hij in Amsterdam ging studeren, close werd, mede omdat zijn vader (mijn meest dierbare neef) in Amerika bleef.
Eerst kwam uiteraard de schok, schok vermengd met ongeloof, ongeloof vermengd met schok; daarna boosheid vermengd met verdriet, verdriet vermengd met boosheid, tenslotte vooral verdriet; plus nog schuldgevoel, medelijden en machteloosheid – en toch ook nog, als ik heel eerlijk ben, een vreemd soort, pervers genot, dat hoort bij het hebben van heftige emoties. Wie huilt voelt weer dat hij leeft. En niet dood is, zoals degene om wie hij rouwt.
Tussen de bedrijven door probeer je te begrijpen, angstvallig vat te krijgen op het onbegrijpelijke, en hulp te bieden, ook als je weet dat je niets kunt doen.
De emotionele uitputting leidt weer tot kleine botsingen met de geliefde, omdat die zogenaamd niet, of onvoldoende, begrijpt hoe jij je voelt. Waarna je gelukkig weer troost bij elkaar kunt vinden. Waar anders? Ja, in muziek. En literatuur, misschien. Wandelen. Drank.
Nu, 48 uur na het nieuws, overheerst de verslagenheid. Het gevoel murw te zijn gebeukt. Alsof je in een bokswedstrijd een uppercut krijgt van de dood, die je niet zag aankomen, en die je doet wankelen op je poten.

1 opmerking: