80. Life is fragile, when to panic? (V)






Het was nog steeds koud, daar was niets aan veranderd, maar ik stond op A1, de witte koning bedoel ik, op het levensgrote schaakbord op het Max Euweplein, en Lukas Enthoven stond op A3, de zwarte koning, en hij bewoog zijn paard (in de vorm van een man met een joint) naar B3. Schaak. Zeker. Maar was het ook schaakmat?
'Ik sta schaak, dat is waar, maar ik kan nog vluchten,' zei ik. 'Het is onmogelijk om mij mat te zetten met een paard alleen.'
'Ik heb ook nog mezelf, de koning,' riposteerde Lukas.
'Dat kan wel wezen, maar dat is niet genoeg, je had nog een loper erbij moeten regelen, om mij definitief klem te zetten, en die heb je niet.'
De man die het paard was, de man met de joint,  liep van het schaakbord af en ging op de kast zitten waar de schaakstukken in waren opgeborgen, op slot wegens covid, stond erbij, en joeg opnieuw de brand in zijn joint. 'Mooie boel,' zei hij, de rook uitblazend.
'Wie heeft er nu gewonnen? Niemand,' zei Lukas. 'Remise, zoals het hoort.'
Ik vond het teleurstellend. Ik wist niet goed wat ik hier deed. Ik was met de fiets speciaal naar het Max Euweplein gekomen, (Frederik had me tevergeefs proberen tegen te houden), ik had openingen ingestudeerd, en nu was alles geëindigd in een patstelling. Alles voor niets. We hadden net zo goed niet kunnen schaken, dan was de uitslag hetzelfde geweest.
'Elvira,' zei Lukas.
'Ja?' zei ik. 'Wat is er?"
'Niks, ik wilde gewoon even je naam gebruiken.'
Er viel een awkward stilte. Niet de eerste, overigens.
'Ik heb het koud,' zei ik. 'Ik zou graag in een café gaan zitten met jou, in de Balie bijvoorbeeld, en daar een warme choco naar binnen werken, met rum, maar de Balie is dicht, alles is dicht.'
'Dan zit er nog maar een ding op,' zei Lukas.
'Nou, nou. Wacht even,' zei de man met de joint. 'Er zijn meer mogelijkheden. We kunnen bijvoorbeeld hier blijven zitten en deze joint met zijn drieën oproken. Best een goed idee.'
'Ik ga bij jou logeren, Elvira. Want vannacht gaat het echt vriezen. Hard, of diep, of hoe je dat noemt.'
'Hard,' zei de man met de joint en nam een diepe haal.
'Maar ik ben getrouwd,' zei ik, 'en ik heb een zoon, en mijn man haat je. Die had het liefst gezien dat je helemaal niet bestond.' 
'Daar heb ik niets mee te maken. Ik wil bij jou logeren.'
'Ik kan toch ook bij jou logeren, in je slaapzak naast Paradiso? Ik vind dat wel romantisch,' zei ik. 'Dan houden we elkaar warm.'
Misschien kwam het door de glühwein die ik had meegebracht in mijn thermos, dat Lukas en ik zo giddy waren, zo tipsy, dat we zo lichtvoetig met elkaar en de omstandigheden omsprongen. Je zou denken, als er alleen maar wat glühwein nodig is om giddy en tipsy met elkaar om te gaan, om het leven op te vatten als de grap die het ook is, dan drink je toch gewoon wat glühwein, maar zo werkt het 'dus' niet.
'Mijn slaapzak is te klein voor twee personen.'
'Ik kan mezelf heel klein maken.'
'Waarom moeilijk doen. Jij hebt een huis. Ik niet. We zijn diplomatieke collegae. Dus.'
Vooruit, hij had gelijk, het was te koud geworden voor tweespalt. Lukas zou bij mij achterop de fiets springen, en we zouden naar mijn huis fietsen. Maar wat zou ik moeten zeggen tegen Frederik?
Dat zouden we dan wel weer zien.
'De eerste les van het er maar wat op los leven is geen plannen maken,' zei Lukas. 'Werkt goed voor mij.'
'Ik denk dat ik het begrijp,' zei ik, terwijl ik mijn fiets in gereedheid bracht en een weg zocht tussen de bevroren sneeuwsporen op het fietspad. 'Je bent niet bang dat je troep gestolen wordt? Je slaapzak enzovoorts? Je koptelefoon?'
Er kwam geen antwoord.
'Hé, jullie!' riep de man met de joint, die het paard had gespeeld tijdens het potje schaak. 'Waar gaan jullie heen? Je kunt er niet zomaar vandoor gaan! Dat is niet eerlijk!'