77. Life is fragile, when to panic? (II)




De volgende middag, er was zoals voorspeld een flink pak sneeuw gevallen en het vroor, ben ik weer teruggegaan naar Paradiso.
'Zou je dat nou wel doen, El?' vroeg mijn man nog. 'We hebben de politie verwittigd, het is toch goed zo?'
Zeker, we hadden de politie gebeld, gisteravond, toen ik thuis kwam van mijn wandeling. We hebben de politie zelfs twee keer gebeld. Eerst belde Frederik, maar die werd doorverbonden met de ambulancedienst, die nogal bot reageerde op het signalement van de buitenslaper. 'U had beter kunnen bellen toen u nog bij de persoon in kwestie was.' En dat voor een 0900 nummer met een starttarief van bijna tien cent plus 2,8 cent per minuut! Ik heb toen nog een keer gebeld en heb meteen gevraagd of ze me konden doorverbinden met Hans, de wijkagent. Dat lukte. Hans zei dat hij wel even ging kijken. 'Doei doei.'
Maar de functie van de politie is niet om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.
'Ik moet terug,' zei ik. 'Ik moet weten of hij er nog ligt.'
'Wil je dat ik meega?'
'Nee.'
Frederik dronk zijn macchiato op en vertrok naar de wc met de zaterdagkrant. 'Ik geloof niet dat ik veel begrijp van de vrouw,' zei hij.
'Dat ligt niet aan de vrouw, maar aan jouw verstand,' zei ik.
'El... pas je op?' zei hij door de wc-deur heen. 'Bel als er iets is.'
Ik stapte met mijn snowboots de sneeuwstorm in. Ik hou van sneeuwstormen. Ze kunnen me niet hard genoeg tekeer gaan. Zolang je goed ingepakt bent, kan je weinig gebeuren. Ik had een warme kruik meegenomen en een thermoskan hete thee met honing en wat paaseitjes. Ik vond dat ik iets goed had te maken na gisteren. Ik heb er de hele nacht wakker van gelegen. Het was een gênante vertoning. Vandaar dat ik de details ook niet aan Frederik heb verteld.
Terwijl ik over de Weteringsschans voortstapte door de krakende sneeuwduinen richting het Leidseplein  – wij wonen op de Sarphatistraat met uitzicht op het Amstelhotel –, ging ik de mogelijkheden na. Hij kon vertrokken zijn. De wijkagent had hem naar de opvang gedirigeerd. Dan was het einde verhaal.
Of hij lag er nog.
Dan kon er van alles gebeuren.
Hij zou me voor gek verklaren dat ik het lef had terug te komen. Maar mijn thee met honing zou hem smaken vermoedelijk, en de kruik in een gebreid etui mocht hij houden. Als aandenken. Ah, daar in de verte verrees Paradiso al.
Hoezeer verlangde ik ernaar om daar weer eens een concert bij te wonen! Het concert van Erykah Badu in de zomer van 2011 had enorme indruk op me gemaakt (Frederik was niet mee, die kon niet tegen lawaai, zoals hij zelf zei).
Ik checkte mijn telefoon. Het was vier uur.
Het was gelukkig geen urine geweest dat de buitenslaper in mijn gezicht had gegooid, toen ik me gisteren naar hem omdraaide. Althans, het rook niet naar urine. Aan de andere kant, urine kan verschillende geuren aannemen... Maar waarom zou hij urine hebben bewaard in een flesje? Voor de dokter?
'Where the fuck are you going with those headphones?' had hij geschreeuwd, met zijn schorre stem, op zijn kapotte sokken. Een en al baard in zijn gezicht.
Als een betrapt kind had ik de koptelefoon aan hem teruggegeven.
Met mijn natte gezicht leek het of ik huilde.
Nu stond ik weer voor Paradiso, en keek het pad in. Alles was hetzelfde als gisteren, afgezien van de sneeuw.
Het contrast met de zwarte stoffen massa viel nog meer op dan eerst.
Hoe was het mogelijk dat iedereen hier zomaar voorbij kon lopen?