72. Hoe zou het de nymfomane van New York vergaan?

Joan Miró: La Présidente nymphomane



Mary heette ze, Mary Manteca. Een pseudoniem, denkelijk; ze noemde zich dichteres, maar dat is geen beschermd beroep. Tot ik haar leerde kennen, ik weet niet meer hoe, had ik eigenlijk nog niet met nymfomanie te maken gehad, voor mij kon een ongetemde seksuele lust tot dusver alleen met het mannelijk libido in verband worden gebracht.

Noem me onervaren.

Ik lees net dat nymfomanie niet meer mag, je moet nu zeggen compulsief seksueel gedrag, dus overal waar ik n. schrijf, lees csg. Ik lees ook dat nymfomanie vaak optreedt bij anorgasmie, en dat nymfomanie mogelijk een fictie is ontsproten aan het hyperseksuele mannelijke brein, maar ik dwaal af.

Je zag het niet aan Mary af. Ze was tenger, rank, pezig. Make up deed ze niet aan, beschouwde ze als een ziekelijk uitvloeisel van het cosmetisch industrieel complex (dit verzin ik, maar het klinkt goed). Ik herinner me dat ze zeven piercings had, op onverwachte plekken (bijvoorbeeld een in haar nek en een in haar tand). Kleine, 'snelle' borsten, dito billen. Kleine grote labia, grote kleine labia. Veel vocht. Ze deed niet aan sport, ze at gewoon weinig. Zeg maar niets. Mary was zo iemand die je nooit zag eten, die je je niet kon voorstellen met eten voor zich, laat staan in haar mond. Thee drinken deed ze wel de hele dag (thee is misschien ook de preferente dichtersdrank, zeker voor dichters zonder inkomen). Ook voor andere dingen behalve seks liep ze niet warm, behalve schrijven dus. Dichten. Ik weet niet of ze een goede dichteres was, maar ze was wel origineel, wat je niet van alle dichters kunt zeggen. Ze was notoir, maar 'dus' niet alleen om haar gedichten, vooral ook om haar sexually predatory gedrag, nogmaals: gedrag dat je, zeker sinds Cosby, Weinstein, Epstein c.s., eigenlijk vooral associeert (ik althans, maar wie ben ik), met mannen.

Ze zat niet in de business voor zover ik weet. Lust was voor haar geen verdienmodel maar een levensstijl. (Ik vermoed dat ze, zoals wel meer mensen in het literaire veld, deels onderhouden werd door vermogende ouders.)

Mary was zo iemand die zich niet liet verleiden, die niet leuk ging daten, on- of offline, of andere vormen van moderne romantiek bedrijven. Dat was allemaal onzin en tijdverlies.

Ze besprong je en verslond je. Daarna wilde ze eigenlijk zo snel mogelijk weer alleen zijn, als hetgeen wat ze deed kon worden aangeduid als een gemeenschappelijk project.

Mary, hoeveel woorden heb ik nodig om dit duidelijk te maken: kennelijk nogal veel, verlustigde zich aan haar sekspartner. Vergrijpen is een ander woord, maar gezien de meestal fysieke overmacht van mannen, misschien niet van toepassing, maar bij Mary wel.

Ik vraag me af of er nog een me too-golf komt, een me too-golfje, goed: een paar me too-spetters, van mannen die vrouwen aanklagen aan wie ze ten prooi zijn gevallen, door wie ze op onheuse wijze zijn enzovoorts. Ik verwacht die golf niet spoedig.

Ik wil haar googelen, Mary, maar ik wil haar ook niet googelen. Ik ben bang voor teleurstellingen. Ik hoop dat ze nog steeds een nymfomane is, ik hoop dat ze nog steeds mannen bespringt en verslindt, dat stond haar goed. Ik zou het erg jammer vinden als ze (gescheiden, dat natuurlijk wel) moeder van twee kinderen is in Maplewood, New Jersey, of als ze ALS heeft en haar dagen doorbrengt in een rolstoel wachtend op de dood (maar daar wel dan weer heel pregnant, of in elk geval origineel over dicht), of op een andere wijze haar nymfomanie in de prullenbak heeft gegooid, in de ijskast heeft gezet of in de garage heeft opgeborgen achter de niet gebruikte work out machines.

Ik zou Mary een email kunnen sturen en vragen of ze al is begonnen aan haar memoires.

Ik zou dit ook niet kunnen doen.

Misschien is de vraag hoe het de nymfomane vergaat interessanter dan het antwoord.