97. Helga's ondergrondse




Natuurkundeleraar Brandt ging er op uit in travestie om inlichtingen in te winnen voor het verzet. Zijn natuurkunde kwam hem van pas bij de vervaardiging van een geloofwaardige boezem. Vanavond had hij zich in een koningsblauwe jurk gehesen, zichzelf kettingen omgehangen en een bruine pruik en lippenstift opgedaan, maar er wel voor uitkijkend, dat hij niet buiten de lip stiftte, want dat zou verdacht zijn. Slordig gestifte lippen wezen op onervarenheid, slechte vermomming of dronkenschap – signalen die Brandt niet wilde afgeven. Zulke fouten konden levensgevaarlijk zijn.

Hij had ook nog een handtasje omgedaan met een aardappelschilmesje erin, voor de zekerheid.

Helga vond hij dat hij vanavond moest heten. Hoge hakken had Helga niet aangedaan, want daar kon ze niet op lopen, in plaats daarvan balletschoentjes in grote maat. Te voet zou ze naar het broeinest gaan voor SS'ers en Gestapo's om zich daar als meisje van plezier aan te bieden. Een meisje van plezier met extra mogelijkheden, was het idee.

Helga had zich voorgenomen om zo snel mogelijk handtastelijk te worden. Als haar slachtoffer uit was op een verzetje, zou die dat onmiddellijk laten blijken. Ze was ervan overtuigd dat mannen die zich inlieten met een travestiet minder remmingen kenden, dat ze ook loslippig werden, geneigd om wat over hun werk los te laten, tussen de bedrijven door.

Met een droge keel van de spanning doorkruiste ze het park in de richting van het broeinest. Het was al laat, maar het zou nog zeker twee uur open zijn. Het was een koele zomeravond. Daarom had ze een cape omgeslagen. Ze zag er goed uit, in deze gedaante zou het haar geen moeite kosten om binnen te komen. En inderdaad, toen ze aankwam bij de ondergrondse sociëteit werd ze onmiddellijk door de portier verwelkomd alsof ze een vaste klant was.

'Gutenabend,' zei de portier, 'sie sind allein?'

Helga knikte en glimlachte.

'Wunderbar.'

De portier knipoogde en liet haar binnen.

Het was druk en rokerig. Geen muziek. Het geroezemoes was oorverdovend. Als je je oren niet spitste hoorde je niet dat er Duits werd gesproken. De tafels stonden vol met halve liter glazen bier.

'Waarom deed je zo lang over?' vroeg een gedistingeerde oudere man zonder uniform in het Duits, die meteen op haar was komen aflopen, haar cape aannam en die over zijn arm hing. Hij zag er niet uit als een nazi, eerder als een Engelsman. Hij had kort grijs haar, een gouden brilletje en een sardonische glimlach rond de mond. Hij deed Helga denken aan de rector van het gymnasium waar Brandt doceerde.

Terwijl Helga de man recht in zijn ogen aankeek, bracht ze haar ene hand naar zijn kruis, oefende lichte druk uit op wat ze daar voelde, terwijl ze met het topje van de wijsvinger van de andere hand over haar vochtige, gestifte onderlip ging.

Meer was niet nodig.

'Zullen we een stukje wandelen?' zei de Duitser. 'Ik heb het hier wel een beetje gezien.'

Helga hoorde aan zijn ademhaling dat hij opgewonden was.

Helga knikte, langzaam. Dat was cruciaal: ook al werden mannen nog zo ongeduldig, zij moest haar kalmte bewaren. 

Een paar minuten later stonden ze buiten in het park. De portier leek niet verbaasd dat ze nu alweer vertrok, en niet in haar eentje.

Maar Helga was er nog niet, integendeel: ze had een willige nazi, maar nu moest ze hem nog aan het praten krijgen. Ze moest weer gas terugnemen, anders dacht hij nog maar aan een ding.

'Ken je nog een mop, ik heb zin om te lachen,' zei ze. Ze was verbaasd over zichzelf, hoe goed ze dit speelde. Humor was een beproefde manier om de intimiteit vast te houden, maar de lust te laten verdampen.

De Duitser kwam na veel vijven en zessen met een matige grap. Daarna zei hij dat hij pipi moest machen, en verdween in de bosjes. Hij kwam niet meer terug.