Lieve pedicure

René Magritte: Le Modèle Rouge III (1937)

'Wil je mijn teennagels doen?' Het is een vraag die ik niet dagelijks stel, ook niet wekelijks. Hooguit maandelijks.
Dat wil ze wel, A., als ik het setje pak en me bij haar installeer op de bank. Of moet ik zeggen pijnbank?
Ze pakt mijn rechtervoet en gaat aan de slag. Begint bij de grote teen. 'Aaah!' kerm ik het al onmiddellijk uit. 'Dit doet pijn.'
'Echt?' Ze klinkt verbaasd.
'Ja.'
Ze gaat door met het pedicure-instrument. Het is een instrument om prutjes uit de kozijnen van de teen te peuren, zeg maar het vuil langs de randen van de nagels. Ik vind dit pijnlijk. Het is niet zo dat A. ervan geniet om mij pijn te doen, geloof ik. Het moet gebeuren. Eindelijk kan er worden geknipt. Dat verloopt, als ze niet per ongeluk een stuk teen meeneemt, pijnloos.
Andere voet. Veilen. (Ook pijnlijk.) Ik kijk uit het raam naar de wuivende bomen en de eindelijk weer teruggekeerde wolkenluchten, o wat ben ik blij met die wolkenluchten, ik werd gek van dat blauw, somber ook.  Klaar. Ze bekijkt trots het resultaat. Ik ben ook in mijn nopjes.
'Echte liefde,' zeg ik, terwijl ik mijn jezussandalen aanschiet.
'Jij mag de nagels opzuigen.'
'Zal ik doen... Maar je vindt het ook leuk.'
'Wat?'
'Dit.'
'Het is vooral echte liefde.'
Ik zou haar voeten nooit onder handen nemen, bedenk ik me. Niet omdat ik geen echte liefde voor haar voeten voel, integendeel, maar omdat ik het niet kan, er is geen groot pedicurist in mij opgestaan.
Wat doe ik dan?
O ja, ik masseer, dat is waar ook. We staan quitte. Gelukkig maar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten