Het beschrijven van een baan



          Voor W.

’s Avonds laat als ik uit wandelen ga,
Of meer precies, mijn krappe huis ontvlucht,
Passeer ik het Borssenburgplein
En vraag me af waartoe wij op aarde zijn.

De wolken zeilen aan de sterren voorbij.
Ik denk aan het werk van morgen
Waarop niemand zit te wachten.
Mijn tanden knarsen. Ik heb geen zorgen.

Waag ik een sprong van de P. Kramerbrug?
Neen. Verlangend kijk ik op naar Schilderskade 66-I,
Waar Reve zijn meesterstuk schreef in eenzaamheid,
En keer vlug langs de troep op straat naar mijn geliefde terug. 

V.

2 opmerkingen:

  1. Niet alleen mooi (van sfeer, van taal, van dubbelzinnigheid), maar ook intrigerend.
    Vooral dat 'Ik heb geen zorgen'. Ik lees dat als 'Maar ik heb geen zorgen'. Reden om die mogelijk voorgenomen sprong maar niet te wagen. Want er is nog een meesterwerk te schrijven. De troep is voor het Borssenburgplein en de straat. En de geliefde is thuis. Dat mag A. zijn, maar is misschien wel die baan, dat werk van morgen waarop niemand zit te wachten. Een eenzaam baantje waar je naar kunt verlangen.

    Dank V.!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Graag gedaan. Gek hoe een gedicht soms uit het het niets naar boven lijkt te komen.

    BeantwoordenVerwijderen