95. Het fantastische diner

Cy Twombly: Blooming



Het wij zijn fantastisch huis heeft veel ramen aan de voorkant, hele grote, waardoor voorbijgangers goed kunnen zien hoe fantastisch wij het hebben. Wij zitten aan de eettafel, die fantastisch is uitgelicht, en die reusachtig is, want als wij het fantastisch hebben willen we het met zo veel mogelijk mensen fantastisch hebben; wij geloven in het verspreiden van het fantastische gevoel. Moeten wij zeggen dat wij er fantastisch uitzien? Ja, het kan nooit kwaad dit nog eens extra te benadrukken. Niet alleen zijn wij fijn uitgelicht, daar heeft de interieurarchitect goed over nagedacht en niet alleen daarover trouwens, ook over de zwarte vloer en de bloedrode badkamer, maar we beschikken ook over fantastische features. Neem B., die heeft een fantastische jurk aan, zeg nou zelf, met rozen die wegzwemmen, maar ook H., die een fantastisch pak aan heeft getrokken, hij ziet eruit als de dood, en trouwens, nu we toch bezig zijn, mag het best gezegd worden dat onze J. met zijn fantastische creatie ook fantastisch macaber oogt. Je zou denken: wat vermoeiend, al die fantastische mensen in dat fantastische huis, maar niets is minder fantastisch. Wij hebben fantastische gesprekken. De onderwerpen die J. aandraagt zijn alleen al fantastisch, en H. weet er ook altijd zo'n fantastisch lugubere draai aan te geven. B. staat te koken, ze begint daar al vroeg mee, en ze kookt fantastisch, of had ik dat al gezegd? H. had dan ook fantastische boodschappen gedaan. J. zou het als een belediging beschouwen als we zouden zeggen dat hij de tafel fantastisch had gedekt. Het is geen dekken, het is regisseren. De tafel is een decor, wij zijn figuranten en alles ziet er hoe dan ook fantastisch uit. Net toen we dachten waar blijven W. en K., onze fantastische gasten, de hoofdrolspelers van vanavond, kwamen ze er aan, de timing kon niet anders dan fantastisch worden genoemd. Wat fantastisch dat jullie er zijn, zei B. en ze had gelijk, daarmee gaf ze gehoor aan het algemene gevoelen. W. en K. brachten fantastische bloemen mee, het was een ronduit fantastisch boeket, en fantastische wijn ook nog. H. nam de wijn aan, zei dat hij er fantastische dingen over had gehoord, terwijl J. een vaas ging zoeken. Een fantastische, voor minder deed hij het niet. Het fantastische diner nam een aanvang. J. kwam, toch nog onverwacht, met een fantastisch hakmes uit de keuken en hakte op W.'s schouder in, terwijl H. met een fondueprikker prikte in K.'s wangen, het spoot meteen alle kanten op, wat een fantastisch effect gaf. B. kreeg toen ook de geest, sloeg een fles fantastische wijn kapot en draaide de kapotte kant in het gezicht van W. ; we hoorden de glasscherven schrapen tegen zijn neusbrug. De gasten bloedden fantastisch en terwijl ze bloedden keken wij elkaar aan en we waren het stilzwijgend met elkaar eens: dit is fantastisch. Gelukkig liepen precies op dat moment mensen langs die een blik naar binnen wierpen door de fantastisch grote ramen anders was het allemaal voor niets geweest.