Het beschrijven van een baan



          Voor W.

’s Avonds laat als ik uit wandelen ga,
Of meer precies, mijn krappe huis ontvlucht,
Passeer ik het Borssenburgplein
En vraag me af waartoe wij op aarde zijn.

De wolken zeilen aan de sterren voorbij.
Ik denk aan het werk van morgen
Waarop niemand zit te wachten.
Mijn tanden knarsen. Ik heb geen zorgen.

Waag ik een sprong van de P. Kramerbrug?
Neen. Verlangend kijk ik op naar Schilderskade 66-I,
Waar Reve zijn meesterstuk schreef in eenzaamheid,
En keer vlug langs de troep op straat naar mijn geliefde terug. 

V.