De weg van alle papier



Net met een pervers genoegen twintig plus jaargangen van Propria Cures, ontroerend in verkleurde A-viertjes bijeengebonden, door de klapdeur van de oud papiercontainer op de Van Woustraat geduwd.
Geen mens die dacht: wat is die man in vredesnaam aan het doen? Weet hij wel waar hij mede bezig is?
Wel, ik dacht het, en gelukkig wist ik het antwoord.
Wie wat bewaart die heeft wat inderdaad. Troep, soms.
Waarmee ik niet wil zeggen dat ik niet eerder pogingen heb gedaan om mijn twintig plus jaargangen van PC (mid jaren zeventig tot mid jaren negentig van de vorige eeuw als u het weten wilt maar ze liggen dus op de bodem van de vuilcontainer) een iets minder, hoe zal ik het zeggen, drastische herbestemming te geven.
In januari schreef ik een email aan Lucas Ligtenberg, mijn oud-NRC-collega, en een oud-PC redacteur bovendien (plus onbezoldigd PC-historicus), met de vraag of hij met mijn verzameling 'best wel ouwe meuk maar het gaat om de vernietigende inhoud' raad wist. Jazeker. Volgens hem moest ik de boel doneren aan de Koninklijke Bibliotheek, die zou daar erg blij mee zijn. Ik email de KB, die per ommegaande meldde dat zij ruim waren voorzien.
Het enige dat ik nog kon verzinnen was de kartonnen dozen op het bordes stallen van Keizersgracht 323, alwaar het Litterarisch is gevestigd – zo was ik er zelf immers ook aan gekomen, ouwe poep had een en ander mij in de maag gesplitst – maar dat bleek te veel werk. Ik stuurde in plaats daarvan een email naar de PC-redactie.
In mijn hok liggen twee dozen met pakweg twintig jaargangen PC te verkruimelen. Als u zelf getuige wilt zijn van deze verkruimeling, dan nodig ik u uit om een meeloper te sturen (liefst een met borsten), anders gaan de dozen de weg van alle papier.
Hierop kwam wel een reactie, maar geen geestige. Toen restte mij niets anders.