Eenzame natuur


Het was aan het eind van de middag, we gingen van het gebaande pad af, eigenlijk tegen de regels in, we voelden ons/ik voelde mij een beetje schuldig hierover maar ja, en toen stond je daar. Verrassend toch wel, tussen de gewassen. Je leek helemaal niet op een prikstruik, op helmgras of duinmos, je stak overal met kop en schouders bovenuit. Je deed me denken, misschien enigszins misplaatst, aan een kaars voor een soldaat die alleen jij je nog kon herinneren. Kwetsbaar. Goed, wij mochten hier niet zijn, dus wij vormden een illegaal gevaar, maar ook de legale gevaren – beesten, winden, regens en droogte, niet te vergeten – lagen op de loer. Op de radio zei iemand dat op Sardinië hagelstenen zo groot als sinaasappelen waren neergedaald. Bijbelse proporties. Die zou jij niet overleven, en wij moeten dan ook dekking zoeken. Voor jou is er geen dekking, nergens. Jouw dekking is de blote hemel. Moeten we je meenemen, nu je niet onopgemerkt bent gebleven? Moeten we je meenemen als bewijs, als aandenken, om thuis te determineren of 'gewoon' om iets af te breken, een spoor na te laten (want dat doen wij graag). Nee, dat moeten wij niet. We laten je staan. Wat zouden we met je aan moeten? Waarschijnlijk is jouw erectie totaal niet bijzonder. Inmiddels zijn we thuis, hebben we jouw desolate Umfelt allang verlaten en zijn we teruggekeerd tot de krioelende menigten. Het enige waarvan het bij jou krioelt zijn de konijnenkeutels, maar hoeveel troost haal je daaruit?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten