De weergoden



Het dondert en bliksemt als ik de kinderen in bed leg. Ik hijs het rolgordijn omhoog om het gratis spektakel beter tot zijn recht te laten komen.

Katsjing, daar is er weer een. En, even later: boemboem.

Wauw.

Eerder was ik met de bijna 7-jarige al op het overdekte terras de hoosbui gaan bewonderen. Aan de overkant van de tuinen, op twee hoog, waren de Pakistaanse Nieuwe Nederlanders drukdoende hun kleden van het balkon te plukken. We riepen en wuifden naar elkaar door de regen heen. Ja, hier! Mooi hè?

'Wat is bliksem?' wil ze even later in bed weten.

Goede vraag. 'Iets met ontlading,' mompel ik. 

Katsjing... Boemboem.

'En die donder dan?' vraagt de 11 jarige vanuit de hoogslaper. 'Hoge en lage drukgebieden die tegen elkaar opbotsen,' verzin ik ter plekke, en surf op mijn telefoon naar een beter (juist) antwoord. 'Bliksem is inderdaad elektrische ontlading, van zo'n 60.000 ampère, maar het precieze ontstaan is ingewikkeld. Donder volgt later omdat geluid langzamer reist en heeft te maken met de luchtverplaatsing door de plotselinge verhitting. Bliksem reist met een snelheid van zestigduizend kilometer per uur. Gemiddeld vijf mensen per jaar sterven in Nederland door blikseminslag. De afstand in kilometers van de bliksem tot ons kun je berekenen door de seconden die verstrijken tussen bliksem en donder door drie te delen.'

We proberen een paar keer die berekening te maken, maar soms zijn er bliksems zonder (duidelijke) donder, en omgekeerd.

Katsjing! Wauw, dat was een grote.

'Veel mensen dachten vroeger dat donder en bliksem van de goden kwam.'

'Dan waren ze boos,' zegt de elfjarige begripvol.

Mijn kinderen zijn niet bang, denk ik, mede door mijn enthousiasme voor het verschijnsel. Dan vraagt de zevenjarige: 'Zijn die vijf mensen al dood?'