De Heiland in het weiland


O Vaderlandje wat lig je er mooi bij, zo om zeven uur in de ochtend op een hete augustusdag, wanneer ik met mijn slaperige gezinnetje, zelf houd ik de ogen ook amper open, vanonder bij je naar binnen rijd! De zon, die langzaam tevoorschijn floept, als een gigantische eidooier, tegen een heiïg-blauwe lucht, maar vooral ook die dauw die in je weilanden ligt! Nee, niet de dauw, die dauw geloof ik wel, dat is gratis irrigatie, het gaat me om de mist, dat filmische spektakel, die laagbijdegrondse mist van je, misschien is dat toch je voornaamste karaktertrek Vaderlandje, dat je op zulke momenten (misschien wel elke ochtend om zeven uur op een hete dag in augustus, ik zal het niet weten), een toppop-effect verzorgt, een Ad Visser-Macbeth-Hitchcock-sfeerelement. Waarom? Gewoon, omdat het kan, Vaderlandje! En wat je daarmee bereikt: alle geheimen waarmee je je zompige gronden al eeuwen bedekt blijven heerlijk onzichtbaar, niemand hoeft er iets mee! Je verwacht op zo'n moment de Heiland, die als een jaren-zeventig discoster, een Bobby Farrell, met vetbehaarde blote borst en wijde pijpen, over het weiland langs de A27 komt aangeschoven (want je ziet niet dat hij loopt, zijn voeten zijn ondergedompeld in de nevel), maar wat is dat, hij struikelt over een anti-antistikstofbord van een of andere boze boer... We moeten nog even wachten op de Heiland; hij komt wel, maar niet vandaag, Vaderlandje, vandaag zijn de omstandigheden kennelijk nog steeds niet ideaal, maar het decor is er wel al, het veelbelovende decor... en wat heb je het schitterend opgetuigd, voor mijn terugkeer toch niet Vaderlandje? Had je verwacht dat ik het was die door die laagbijdegrondse mist zou komen aangebonjourd in mijn korte broek op een elektrische step? Dan moet ik je teleurstellen, ik wil maar een ding en dat is naar bed, het loket van mijn waarneming is aan het sluiten, de koffie waarmee ik mezelf de afgelopen uren heb wakker gehouden is uitgewerkt... maar als ik hier tegen de reling te pletter sla, wat die voornoemde Heiland, zo Hij heeft opgelet, verhoede, – want ik heb de Toekomst op de achterbank, Vaderlandje, dat kan Hij niet maken –, maar goed, mocht het toch gebeuren want ik vraag er zelf om Vaderlandje, zo gaat het nu eenmaal, je vraagt er altijd zelf om, dan is 'dus' mijn laatste beeld dat wat ik hierboven schets, inclusief ongeïdentificeerde landbouwmachine, en wat kan ik anders dan Je daarvoor eeuwig dankbaar zijn?