Schrijvende artsen



Lunch met Medische Broer op onze oude lunchplek, eindelijk weer. De laatste keer dat we hier waren, pre-corona, lijkt erg lang geleden. Zeer ongebruikelijk is hij eerder dan ik. Althans, hij smst 'ik zit al', terwijl ik nog thuis ben. Ik spring op de fiets. Bij de lunchplek aangekomen, ontwaar ik geen Medische Broer. Word ik gedold, zit hij in de trein? Nee, samen met de ober komen we eruit: hij bevindt zich precies achter de grote plant die midden in het restaurant staat opgesteld, en nipt aan een glas witte wijn. Ik bestel ook een glas. Hij bestelt oesters. Hij ziet er goed uit, zeker voor iemand die dit jaar zestig wordt, en daar complimenteer ik hem ook mee, maar zijn wenkbrauwen zitten door de war. Twee haren links en twee haren rechts, alsof ze het zo met elkaar hebben afgesproken, gaan niet met de rest mee, maar staan haaks op de groeirichting. Ik leun voorover en kam met mijn wijs- en middelvingers zijn wenkbrauwen. Zinloos. Die recalcitrante wenkbrauwhaartjes laten zich niet in het gelid kammen, springen onmiddellijk weer terug.
Medische Broer benijdt me zegt hij, omdat ik tot ik doodval kan blijven werken. Ik berijd weer mijn stokpaard dat mensen die interessant werk doen, zoals hij, ook zouden moeten schrijven. Onder de schrijvers die ik bewonder zijn opvallend veel artsen. 'Hoe denk je dat Tsjechov aan zijn verhalen kwam? Die beschreef gewoon zijn praktijk.'
'Maar ik heb de woordenschat niet,' werpt Medische Broer tegen. 
'Woordenschat heb je niet nodig. Je moet wat dingen onthouden. Nee, wacht: je hoeft niets te onthouden, je hoeft alleen maar te kijken.'
'Ik denk er wel eens over om een cameraatje in mijn jas te stoppen.'
'Werkt niet. Je moet de camera in je hoofd gebruiken. Die filtert er meteen uit wat interessant is.' Ik slurp een oester leeg. 'Kijk, dat ik hier in het restaurant tegenover jou ga zitten en meteen jouw wenkbrauwen ga kammen, dat is iets waar je een verhaal omheen zou kunnen bouwen.'
'Gênant. Straks zit je met een servetje de kwijl rond mijn mond weg te poetsen.'
'Begin nou maar met schrijven.'
Inmiddels denk ik dat ik beter kan vragen of ik een keer mee de OK in mag.