Zelf-isolatie



Zelf-isolatie zit mij als een handschoen, en niet alleen op de WC, hoewel dat nog altijd de meest voor de hand liggende plek is voor kelder- en zolderloze kleinbehuisden. Deur op slot, leesvoer op schoot en zelf-isoleren maar. Totdat er mensen (huisgenoten), of dieren (poezen), op de deur bonken, krabben. Die mogen dus niet naar binnen, omdat het virus niet verspreid mag worden, en dat werkt beide kanten op. Ik mag ook niet naar buiten. Doe je behoefte maar in de tuin. Eventueel kan de deur op een kier voor een pastaatje, een biertje, een bakje yoghurt, een kopje koffie. De zelf-geïsoleerde moet wel wat te ontlasten hebben. Maar vooral geestelijk voer graag. Zelf-isolatie kan van splendid isolation verworden tot een claustrofobe kwelling als er geen psychische uitweg is, geen mogelijkheid tot geestvervoering, tot nieuwe gedachten. Wie geen nieuwe gedachte kan ontwikkelen wordt gek. Is gek. Was gek. Dus: leesvoer (of iemand aan de telefoon), is belangrijker dan boodschappen. Voor de buitenwereld geldt: hamsteren of plunderen, dat is de vraag. Ik opteer voor vasten. Volgens de filosoof Peter Singer heeft de mens niet zoveel nodig om te overleven, in een van zijn tractaten geeft hij zelfs een recept voor een simpele doch voedzame avondmaaltijd voornamelijk bestaande uit linzen (red lentil dahl zie hier). Dus dat komt de stoelgang weer ten goede, denk ik dan. Een slaapbeen en/of aambeien, dat is mijn grootste zorg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten