Feiten en fantasie

Jorge Luis Borges

Toen ik de eerste paar pagina's uit de dummy van mijn nieuwe roman had voorgelezen – ik zag het gezicht van mijn moeder steeds verder betrekken – riep ze uit: 'Vermoeiend hoor! Ik vind het nogal veel allemaal. Ik moet het even verwerken.' Ze nam een slok witte wijn.
Mijn vader nam ook een slok witte wijn.
Ik klapte de dummy dicht en nipte aan mijn witte wijn. Ik weet niet precies wat er zo komisch aan was maar het lukte mij niet een lach te onderdrukken.
Mijn vader zei vanuit zijn vaste stoel in de hoek van de kamer (op tenminste drie meter afstand): 'Ik heb geen fantasie. Dat zat niet in mijn opvoeding.'
Het is een terugkerend thema in zijn reactie op mijn werk: waar ik het toch allemaal vandaan haal. En: dat hij dat nooit zou kunnen. (Terwijl ik vind dat hij heel aardig schrijft. Mijn pogingen om mijn vader aan het schrijven te krijgen blijven evenwel vruchteloos.)
'Dat is wel waar,' zei mijn moeder, 'fantasie kun je niet leren. Die heb je of heb je niet.'
'Onzin,' zei ik. 'Iedereen heeft fantasie. Je kunt leren om die te gebruiken. Kwestie van oefening.'
'Dat komt door mijn opvoeding,' herhaalde mijn vader.
'Er is durf voor nodig om je fantasie te gebruiken. Het is veel veiliger om bij de feiten te blijven. En guess wat, hierin lijk je op de meeste mannen. De meeste mannen zoeken hun heil bij feiten. Terwijl ik geloof dat een belangrijk deel van de troost van verhalen juist ligt bij de fantasiewereld die ze oproepen. Feiten troosten ook, zeker, maar fantasie troost op een andere manier. Fantasie neemt je mee naar een andere wereld, verleidt je, betovert je... als het goed is. Maar dat gevoel moet je toelaten. Vrouwen laten het over het algemeen makkelijker toe dan mannen.'
Ik was weer lekker op dreef. Misschien kwam het door de wijn.
'Wij hadden in het kamp alleen maar feiten,' zei mijn vader. 'Er was geen plaats voor fantasie.'
Ik keek naar mijn vader, inderdaad de grootste rationalist die ik ken.
'Ik hou ook van feiten,' zei ik. 'Feiten zijn heel belangrijk, maar fantasie biedt uiteindelijk meer troost, denk ik.'
'Ligt eraan,' zei mijn vader.

In The Paris Review een interessant interview met Borges. Volgens Borges is fantasie een intentie.