Amuse in Febo-bakje



Patronizing a store is een mooi concept dat ik me uit Amerika herinner; volgens mij is er geen goede Nederlandse vertaling voor. Ondersteunen, beschermen, bevoogden klinkt toch anders. Schever. Patronizing is meer zoiets als vriendschap sluiten met een winkel. Waarom zou je zoiets doen? Wel, omdat je die winkel sympathiek vindt bijvoorbeeld. Waarom zou een winkel sympathiek zijn? Omdat de winkel goede spullen heeft en mensen je op een prettige manier helpen.
Een vriend of kennis hebben met een winkel vergemakkelijkt het patronizen. Zo bestelden we gisteren twee drie gangen maaltijden bij Kaagman & Kortekaas (wij kennen Kortekaas).
Toen ik om 8 uur 's avonds het restaurant aan de Sint Nicolaassteeg binnenliep, herinnerde weinig aan de sfeervolle tent van vroeger. Een oorlogsopstelling: het personeel achter dubbele tafels, en een kleine wachtruimte voor de clientèle.
Wie bij de Febo een frikandel bestelt en die mede naar huis vervoert, kan verwachten dat die frikandel ongeveer in oorspronkelijke (hooguit iets afgekoelde) staat arriveert, maar bij K&K, dat in een ander segment opereert, leek mij het afhalen wat spannender.
De papieren tassen met de maaltijden wogen weinig vergeleken bij Indiaas, of zelfs Japans: een goed teken.
Toen we aan tafel gingen bleek het voorgerecht (biet, burata en witte voorjaarstruffel) zich op te houden in een hoek van de container. Kwestie van herschikken. We vonden ook nog een heerlijk soepje (dat nog warm was) en een amuse, inderdaad, in een febo-bakje. Een amuse in een febo-bakje is zoiets als een trouwring in een luciferdoos, maar in tijden van oorlog moet je niet zeuren.
Het toetje, eclair met schorseneren en lambada aardbeien en ricard, was wat soggy geworden, misschien was het geheel wat door elkaar geschud tijdens de rit naar huis, maar het smaakte nog steeds verrukkelijk. Nee: verrukkelijker. De jonge god(in) die doorgaans bij K&K serveert, moesten we er bij denken.