Het Uitmesten der Ouderlijke Boekenkasten (II)



Opmerkelijk: mijn vader blijkt te beschikken over 2 (twee) werken van science fiction, beide verschenen in de Zwarte Beertjes reeks. Er gemakshalve van uitgaand, dat mijn vader die niet meer zal herlezen, heb ik ze op de stapel 'Viktors Voorschot op de Boekenerfenis' gelegd. Ik verheug me er nu al op.
Van de serie Dichters Omnibus tref ik diverse deeltjes aan. Gedichten van gevestigde namen en jonge poëten, gesponsord door ESSO. Uitkomend in de jaren vijftig in flinke oplages, maar uiteindelijk in mijn geboortejaar een stille dood stervend. Poëzie en benzine, ik vind het een mooie combinatie. Mag ik langs deze weg Shell verzoeken om mijn werk te sponsoren? Ze kunnen wel wat goodwill gebruiken. Ik beloof dat ik mijn personages bij jullie zal laten tanken.
Ook leuk: boeken die ik aan mijn ouders heb gegeven (vrijwel) ongelezen terugvinden, zoals een tweedelige Engelstalige kunstencyclopedie die ik, herinner ik me, een keer bij De Slegte had gescoord en waarmee ik vooral indruk wilde maken, denk ik. Die zware banden hebben vermoedelijk een kwarteeuw voor niets op een plank gestaan, hebben ruimte ingenomen, stof verzameld, maar verteerd zijn ze nog lang niet.
Met enige trots stel ik vast dat mijn vader als jonge huisarts vroege drukken van het werk van Reve, Hermans, Mulisch, Wolkers, Lampo, Vestdijk, etcetera, in zijn kast had staan, maar ook bijvoorbeeld, Gangreen I en Gangreen II. 'Van wie is dat ook alweer?' vraagt mijn vader. 'Jef Geeraerts.' 'O ja.' Daar houdt volgens mij de herinnering van mijn vader aan dat controversiële Vlaamse meesterwerk op, maar toch.
Eindelijk ben ik klaar met de zware selectie. Twintig procent van de collectie heeft het overleefd. Ik word beloond met een glas wijn. 'Ik mag van geluk spreken dat ik ouders heb die lezen,' roep ik naar mijn moeder in de keuken. 'Je moet er toch niet aan denken op te groeien in een huis zonder boeken. Dan kun je net zo goed dood zijn.'