Ama / pro




Wat onderscheidt de amateur van de professional? En, in het verlengde hiervan: is dit onderscheid in het huidige tijdsgewricht nog relevant?

Ik stelde deze vragen nadat ik me opnieuw had laten strikken door Mark van het Bruggehuisje (het kleinste kinderverteltheater van de stad), om deel te nemen aan zijn project om poëzie te laten weerklinken (omlijst door wat levende muziek), op enkele 'pleintjes' bij mij in de buurt.

Ik was om vijf uur aan de beurt op het Meerhuizenplein. Bij aankomst, met mijn zevenjarige op sleeptouw, voelde ik toch nog plankenkoorts.

Ex-oom Louk, die aan dit plein woont, had ik ingeseind, maar hij antwoordde dat hij een afspraak had. Jammer, dan werd het dus toch weer een halve man en een paardenkop. 'De kunstenaar,' smste hij, 'is een roepende in de woestijn van steen. Wen er aan.'

Bij het openingslied 'Poëzie op pleintjes', 'meerstemmig' gezongen door Mark en twee andere amateurs, wilde ik door de grond zakken. Waarom was ik alweder bezig mijn ruiten in te gooien? Immers, het meest in het oog springende onderscheid tussen een ama en een pro is nog altijd dat de tweede betaald wordt, en de eerste alleen met aandacht; daarom zou de pro moeten bedanken voor dit soort optredens. Maar wat konden mij, zijnde TOZO'er, die valuta schelen? Ik droeg mijn twee gedichten voor – precies op het juiste moment kwam A. aanwandelen, zodat ik na afloop bij haar kon schuilen.

Een uur later werd ik verwacht op het pleintje voor de Tolbar voor de 'finale'. De mensen die nietsvermoedend op het terrasje borrelden, vluchtten niet toen zij vergast werden op PoP. Sterker, er begon daadwerkelijk een ambiance te ontstaan die enigszins deed denken aan die van een echt podium.

Een vrouw in het publiek genaamd Rogeria, die ik vagelijk ken, zei dat ze was gecharmeerd van Herfstverlangen, een gedicht dat ik waarschijnlijk niet had geschreven als Mark er niet om had gevraagd.

Misschien moest de conclusie luiden dat deze zelfbenoemde pro zich vooralsnog zonder amateurisme niet kon redden.