Orwell momentje


De TU Delft kwam ter sprake gisteravond aan de diner-tafel, iemand wist te melden dat die honderdveertig mensen in dienst heeft op de afdeling publiciteit.

Nu kan de TU Delft bij mij niet stuk aangezien de informaticus daar ingeschreven staat – mijn zoon studeert er, ergo, de Unief is goed, zoiets, maar honderdveertig mensen op de afdeling publiciteit blijft toch wat, nou ja, veel.

Toevallig had ik net een van de vruchten mogen plukken van die afdeling. Mijn beide basisscholieren, zeven en elf, duwden me een velletje Nieuwsbegrip onder de neus over de Flying V, het futuristische vliegtuig dat in ontwikkeling is aan de TU Delft, en waarvan een model onlangs een geslaagde testvlucht maakte. Althans, het ding steeg op, en bleek bestuurbaar in de lucht. Daarna priemde hij zijn neus in de grond, maar daarvan bestond geen footage (althans niet op YT).

'Ik wil ook naar de TU Delft!' kraaide de elfjarige.

De afdeling publiciteit had zijn werk (haar werk, waarschijnlijk) gedaan.

Ik vraag me af hoeveel mensen er op de afdeling publiciteit werkten toen mijn grootvader aan de TU Delft studeerde, honderd jaar geleden. Ik schat honderd mensen minder. Ik schat ook dat die afdeling toen anders heette. Externe betrekkingen of iets dergelijks.

Wat kan dit allemaal schelen? Is het niet juist goed dat de TU Delft zo prominent mogelijk in de media (en het onderwijs) voor het voetlicht wordt gebracht?

Ja, maar alleen als er genoeg journalisten overblijven om de Truman Show van de TU Delft van kritische kanttekeningen, oké: voetnoten, te voorzien.

Straks zijn er meer voorlichters dan journalisten, ging de tafelgenoot gisteravond verder. Instemmend hoofdschudden viel hem ten deel.

Wat blijkt? Er zijn in Nederland thans bijna tien keer zoveel mensen werkzaam op de afdeling publiciteit dan op de afdeling journalistiek.

Een Orwell momentje.