38. Knol, pompoen of honkbalhandschoen



Is ze een knol, of toch een pompoen, vroeg Ferwerda zich af terwijl hij zijn moeder bekeek. Voor beide viel wat te zeggen. De vergelijking kwam uit Brakmans verhaal 'Bij de gepensioneerden', waarin de schrijver het gezichtspunt aanneemt van een vrouw, altijd tricky, maar dat veel uit het leven gegrepen beschrijvingen bevatte van 'oudjes'. Veel leedvermaak kon Ferwerda zich op dit vlak niet veroorloven. Hij was zelf bijna gepensioneerd en een oudje. Nog niet zo gepensioneerd als zijn moeder misschien, maar toch. Zijn spieren deden pijn, en hij had een nieuwe tic met zijn tanden. Hij knarste met zijn ene hoektand over de buitenkant van zijn andere hoektand. Uren achtereen; in bed, op de bank, overal. Irritant, hij wou dat hij ermee ophield (hou er dan mee op, had ik gezegd, maar zulke aansporingen waren zinloos).
Misschien was zijn moeder toch meer een knol dan een pompoen. Maar wat was hij dan?
Ferwerda zat tegenover haar bij het raam, haar vaste plek, met de ongebruikte afstandsbediening binnen handbereik. Ook de cola voelde zoals altijd lauw, maar geen klachten van de gepensioneerde. Ik verveel me dood, zei ze opeens.
Dat verbaast me niks, zei Ferwerda. Wanneer bent u voor het laatst buiten geweest?
Geen antwoord. Ook de freule-achtige verzorgster kon hem wat dit betrof niet helpen.
Ferwerda overwoog zijn knetterdemente moeder over het strand mee te zeulen, in haar rolstoel, maar eerst bekeek hij de tientallen, honderden foto's van Malika's instagram nog eens op zijn telefoon. Een schoonheid, zoveel was zeker, van de meest ongepolijste vorm, en dat kwam niet alleen omdat ze geen make up droeg. Maar ze was meer. Ze was een gevaarlijke schoonheid. Geen pompoen, geen knol zou ze ooit worden. Misschien een oude leren honkbalhandschoen. Dat had ze dan gemeen met Tineke, voor wie dat stadium al bijna was aangebroken. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten