35. Ferwerda's droom




Ferwerda droomde dat hij in een zwembad zat tot de rand toe gevuld met Chinezen. Jonge Chinezen, met strakke badmutsjes op, Chinezen met strakke zwarte goggles op, die hen deed lijken op buitenaardse wezens, maar vooral ook oudere Chinezen. Oude, pezige mannetjes die fanatiek baantjes trokken gebruikmakend van een schoolslag met een weeffout erin, waardoor ze niet rechtdoor gingen, maar diagonaal. Mollige Chinese vrouwtjes die aan een rubberstaaf hingen te dobberen, glimlachend. Maar het belangrijkste onderdeel van Ferwerda's droom was wel de gigantische Chinees die midden in het bad dreef. Hij zwom niet, dat kon niet, daarvoor was geen plek, hij dreef alleen, op zijn rug, waardoor zijn enorme buik als een walvis boven het wateroppervlak uitstak. Zijn bovenbeen was zo breed als Ferwerda's, toegegeven: ietwat vadsige zestigersmiddel en zijn hoofd was onvoorstelbaar groot. Het hoofd van de Chinees schommelde op het water, zijn onderkinnen deinden mee, als ook zijn wangen die als met pap gevulde tassen aan zijn jukbeenderen hingen. En hij lachte. Hij lachte luid, deze Chinees, hij bulderde, door de echo van het zwembad klonk zijn gebulder nog luider, Ferwerda's eerste gedachte was dat hij werd uitgelachen, – een terugkerend traumatisch thema in zijn dromen, sinds zijn jeugd –, maar dat kon niet waar zijn, want hij viel helemaal niet op, met zijn bleke huid, temidden van die massa Chinezen. Hij had trouwens grotere zorgen, want hij verzoop zowat. Links en rechts haalden Chinezen hem in, en zelfs onder hem, diep in het bad, wemelde het van de duikende Chinezen wier baan hij obstrueerde. Toen Ferwerda in een poging te crawlen, waarbij zijn ogen dichtgeknepen hield, frontaal botste met een nog veel harder in tegengestelde richting crawlende, atletisch gebouwde Chinees, barstte zijn hersenpan open als een overrijpe, tegen de muur aangesmeten mango.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten