93. Vuilnisroman




Mijn naam is A.A. en ik kom uit een vuilcontainer. Geen vuilnisbak, mind you, met zo'n ludieke deksel, maar een vuilcontainer, een ondergrondse stalen bak van twee kubieke meter, te openen aan de bovenzijde met een schuif, waardoor er zich een cilindervormige ruimte openbaart, die zichzelf leegmaakt als de schuif weer wordt dichtgedaan – tenminste zo zou het moeten.
Mooi mechanisme. Zulke containers waren in de jaren tien en twintig van de eenentwintigste eeuw nog vrij algemeen in gebruik, totdat ze plaats moesten maken voor betere, soepelere, schonere systemen van afvalverwerking, waar we nu aan gewend zijn.
Ik zat in een Jumbotas. Zo'n stevige, gele. Het was tot daaraan toe om in de vuilcontainer te worden gedumpt, wist ik veel, maar om een paar meter de diepte in te vallen was minder. Nog minder was het om daarna uw vuilniszakken te incasseren, die landden boven op mij, gelukkig waren ze niet zwaar, anders had ik het niet overleefd, dan was ik in de Jumbo-tas gestikt, bedolven onder huishoudelijk vuil. Etensresten, blik, verpakkingen, you name it; ik hoef u niets uit te leggen.
Iedereen weet alles allang. Ik was in februari 2021 de bekendste baby van Nederland. Een bekende Nederlander, maar ik had er weinig profijt van, ik zat niet in talkshows. Het was geen bekendheid waar ik om had gevraagd. Het was een bekendheid waar niemand om had gevraagd.
Men vraagt mij wel eens of ik de persoon die gewezen heeft op mijn aanwezigheid in de vuilcontainer dankbaar ben.
Een ridicule vraag.
Ik heb enige tijd met de vraag rondgelopen of ik die persoon, en niet alleen die persoon, zou moeten aanklagen.
Waarom heeft die persoon mij niet laten liggen, waarom heeft die het nodig gevonden om de hulpdiensten, de politie te attenderen op mijn persoon? Wat had voor zin? Waarom heeft deze persoon mij, of meer precies: mijn babygehuil, niet genegeerd? Was dat zo moeilijk? Zeker, dan was ik vroeg of laat overleden aan de honger of dorst (die twee waren voor mij op dat moment hetzelfde), maar dan had ik deze geschiedenis, die ik u nu vertel, niet met mij mee hoeven dragen, dan had ik deze geschiedenis met mij mee het graf in genomen.
Het graf waar ik al in lag.
Men heeft nog lang geprobeerd mijn geschiedenis voor mij verborgen te houden. Dat was nobel. Dat getuigt van goede bedoelingen. Maar het heeft niet gewerkt, omdat alles vroeg of laat uit komt.
Bijna alles.
Gelukkig heb ik de literatuur ontdekt. Ik zal de mensen versteld doen staan met mijn levensverhaal. Want ja, hebt u al een roman gelezen die begon met de zin Mijn naam is A.A. en ik kom uit een vuilcontainer? Met het succes van mijn vuilnisroman zal ik de wereld veroveren, dat zal mijn ultieme wraak zijn op alles en iedereen.