81. Life is fragile, when to panic? (VI)




Vrij luid lag Frederik op de bedbank te snurken toen Lukas en ik op sokken de woonkamer binnen tippelden, dezelfde bedbank die ik in gedachten had voor mijn logé.
Afgezien van Pous, de poes, was het huis leeg en verlaten. Lester was alweer terug naar zijn vader in Almelo. Jammer, toch wel. Ik kon er niet aan wennen, dat hij alsmaar op en neer ging, maar het was niet anders. Er was geen goede oplossing. Ja, cut the kid in half, zoals Tom Yorke zong, maar hoe dan?
Ik voelde me schuldig dat ik er alweer te weinig voor hem was geweest. Ergens hoopte ik dat Lukas voor Lester een interessant iemand zou kunnen zijn, maar waarop was die hoop gebaseerd?
'Is dat je man?' vroeg Lukas, terwijl hij het schepsel op de bank met een zeker medelijden leek te aanschouwen. Hij lag er niet florissant bij. Zijn dunne haar zat door de war, zijn vettige bril hing schuin op zijn neus. Een knie had hij opgetrokken, terwijl hij met een behaarde hand in zijn broek zat. Zijn hoofd lag geknakt tegen de leuning.
Voor hem op de grond lag een exemplaar van The Economist met op de omslag We Are All Communists Now.
Op de achtergrond klonk zachtjes minimal music. Frederik luisterde alleen nog maar naar minimal music de laatste tijd, ik weet ook niet waarom, misschien dat hij daarom zoveel sliep.
'Frederik Dumoulin heet hij,' zei ik, met alle eerbied die ik nog kon vinden. 'Professor Dumoulin. Hij is hoogleraar.'
'Waarin?'
'Doet er niet toe. Weet ik niet. Iets.'
Lukas bestudeerde vluchtig de moderne kunst aan de wanden, geen enkel kunstwerk riep bij een reactie op.
'Mag ik misschien even douchen?' Lukas hield de punt van zijn baard naar me omhoog, met een gezicht van: je wilt niet weten hoe vies dit ding is.
Mijn idee. Giechelend nog van de glühwein hoewel die eigenlijk uitgewerkt had moeten zijn, stommelden we de trap op, meer lawaai makend dan de bedoeling was.
Ik zette de douche in de badkamer aan en droeg Lukas op zoveel mogelijk zeep te gebruiken en als hij zijn kansen wilde verhogen om niet onmiddellijk te worden verstoten door de de man des huizes, het sujet dat hij net beneden had mogen bewonderen, dat hij dan beter zijn baard kon afscheren. Ik overhandigde hem het scheermes van Frederik.
'Maar ik ben getrouwd met die baard!' riep Lukas. 'Die baard is een deel van mijn identiteit!'
'Dan fatsoeneer je hem. Van Karl Marx naar Erik Scherder, zeg maar. Probeer de gentleman in jezelf terug te vinden, Lukas.'
'Ik ben nooit een gentleman geweest. Ik zou niet weten hoe dat moet, ik stam af van boeren.'
'Het belangrijkste is dat je lekker ruikt, mijn man is erg gevoelig voor geur, hij ruikt beter dan ik, een van de redenen dat hij een algeheel flatulentie-verbod heeft uitgevaardigd in dit huis.' Ik giechelde.
Zogenaamd om handdoeken neer te leggen voor mijn gast, en deodorant, bleef ik wat rondhangen in de badkamer. Eigenlijk was ik wel benieuwd wat er bij hem aan de onderkant aanzat. Ik heb niet zoveel vergelijkingsmateriaal, ik zie alleen maar de onderkant van mijn geliefde. Laat ik het zo zeggen: die onderkant heeft betere tijden gekend. Hij krijgt hem nauwelijks nog omhoog, en als hij omhoog komt wil hij meteen weer naar beneden. En als ik er in slaag om hem omhoog te houden, ik heb zo mijn methoden, dan is de vraag of er iets uitkomt, ooit, en met hoeveel overtuiging.
Lukas' onderkant zag eruit alsof er nog wel wat leven in zat. En: besneden, zo te zien. Ha, dat vind ik geloof ik wel prettig. Wat heb je aan een voorhuid? Zomers op het strand doe je toch ook geen coltrui aan?
Er klonk gestommel op de trap.
'El?' hoorde ik roepen in de gang. 'El, waar ben je? El!'