79. Life is fragile, when to panic? (IV)

Marcel Duchamp, Schakers


'En,' vroeg Frederik toen ik thuis kwam. Hij lag te lezen op de bedbank, zoals wel vaker. Ik lag ook vaak op de bedbank buiten bedtijden, maar als hij het deed irriteerde het me.

'Wat en,' zei ik, geprikkeld. Ik liep meteen door naar de keuken om het restje thee uit de thermoskan weg te gooien, de paaseitjes had ik zelf opgegeten. Ik zag dat Frederik nog geen aanstalten had gemaakt om eten te maken. Dat zou dan wel weer sushi worden. Maar goed, Lester hield ervan. Hij at vanavond bij ons, zat waarschijnlijk op zijn kamer te gamen, zijn enorme ski-jack hing aan de kapstok.

'Is ie kapotgevroren, die Paradiso-zwerver van je, of ligt ie lekker op de Jan van Galenstraat te chillen?' Het woord chillen kon Frederik niet uitspreken zonder spot, sowieso was het moeilijk voor hem om ernstig te zijn over ernstige zaken, zoals die betreffende leven en dood.

'Hij maakt het uitstekend. Morgen ga ik met hem schaken op het Max Euweplein.'

'Schaken?' Frederik kwam omhoog uit de bedbank en fatsoeneerde zijn kleren. 'Sinds wanneer kun jij schaken?'

'Dat je mij nooit hebt uitgedaagd wil niet zeggen dat ik jou niet van het bord zou kunnen vegen.'

'Hij wil je dus schaken,' mompelde Frederik geamuseerd. 'Dat wordt nog wat.' En: 'Schaken. O ja. Tuurlijk. The Queen's Gambit en zo.' Nog weer iets later, terwijl hij een glas wijn inschonk voor zichzelf: 'Eline Roebers, Jorden van Foreerst. Ik snap het. Hij leest nog kranten, die dakloze van je. Dat siert hem. Maar daar heeft hij natuurlijk ook alle tijd voor.'

Op weg naar huis vroeg ik me af hoeveel details van mijn bezoek aan de buitenslaper ik zou delen met Frederik, maar na deze opmerkingen besloot ik er helemaal het zwijgen toe te doen. Hij was mijn verhaal niet waard. Het was nog niet zo'n dramatisch verhaal, dat geef ik toe, maar toch: een verhaal.

De dakloze diplomaat. Dat klonk best goed, misschien iets te veel alliteraties, ook al was het niet helemaal waar. Toen ik het intranet van BZ afzocht op zijn naam, kon ik niets vinden. Ik vermoedde dat hij nooit was uitgezonden. Hij had nooit in dat afgrijselijke gebouw in Den Haag papier hoeven schuiven. Nooit volstrekt zinloze discussies over kwesties die ons niets aangingen hoeven bijwonen. Hij was opgehouden diplomaat te zijn voordat hij het was geworden, de beste diplomaat denkbaar.

Google, FB noch Twitter of welke 'social' dan ook kon me iets vertellen over het privéleven van Lukas. Het enige wat ik uit hem had gekregen was dat hij veel gereisd had.

Maar hebben we niet allemaal veel gereisd in ons leven – sommigen van ons, zoals Frederik, zonder zelfs maar van het pluche af te komen?

'Vannacht gaat het flink vriezen,' wist Lester aan tafel, zijn mond vol met sushi. 'Zo'n koudegolf hebben we al lang niet meer gehad.'

'Het weerbericht is voor de boeren,' sneerde Frederik die zelf inderdaad het tegenovergestelde was van een boer, hij behoorde tot de bevoorrechte chattering class, die nauwelijks verplichtingen had of de deur uit hoefde, zich nooit in het zweet hoefde te werken en toch een heel aardig maandinkomen opstreek.

Wat er boven zijn overlijdensadvertentie moest komen te staan, was nog niet helemaal duidelijk.

Ik had graag gewild dat het anders was, maar Frederiks inkomen maakte voor een groot deel mijn levensstijl mogelijk. Het was alweer drie jaar geleden dat ik terugkeerde uit Amman, mijn laatste post, en ik wist niet of ik ooit nog ergens heen mocht. Het hele circus van buitenlandse vertegenwoordigingen werd langzaam maar zeker afgebroken, tot er niets meer van over was.

In bed liggende naast een in diepe slaap verkerende, zuchtende en steunende Frederik, probeerde ik, niet ongelijk The Queen's Gambit, alvast enkele openingen uit op het plafond van mijn verbeelding.