Kritieke idylle



Of een idyllische crisis, wat je wilt.
We maken een fietstocht langs de Amstel naar Ouderkerk – we zijn niet de enigen – en als ik om mij heen kijk moet ik vaststellen dat de crisis er nog nooit zo idyllisch heeft uitgezien (toegegeven, zoveel crises heb ik niet meegemaakt). McMansions die druk worden verbouwd, tuinen omgespit, garages aangelegd. Langsvarende jachten met mooie mensen die op hun telefoon kijken. Een dorp dat een jaren vijftig-achtige welvaart uitstraalt: iedereen wit, weldoorvoed, happy. Olijke grijsaards in de Plus Markt.
Ik probeer de idyllische crisis, of de kritieke idylle, te ontdekken in de lammetjes in de wei aan de oostelijke rivieroever. In alle soorten (hier wel): 100 % zwart, 50/50 zwart/wit, 100% wit. Ze springen niet in het rond, ook niet op bevel. Ze lopen loom in de lentezon achter hun moeders aan. Vaders (bokken zijn dat toch? Zo slecht zit ik in mijn vee) zijn nergens te bekennen maar dat is het probleem niet. Deze lammeren zien er terneergeslagen uit. Niet ziek, levensmoe. Down. Bij een boom ligt er eentje, een 50/50, als een hondje te slapen maar niet omdat ze zoveel slaap heeft. Nee, zij ligt met haar ogen dicht om de dag zo snel mogelijk voorbij te laten gaan. Ik kan me dat herinneren uit de tijd dat het minder goed met me ging (beter met de wereld maar minder goed met mij): zo vroeg mogelijk naar bed om de dag zo snel mogelijk af te kunnen sluiten. Het werkt niet. Zoveel slaap is een mens niet gegund (een kat hooguit). Wij worden gedwongen toch op zijn minst de helft tot tweederde van het etmaal bewust door te maken (tenzij je drugs gebruikt maar dat is valsspelen).
Het moedersschaap achter de boom (vermoed ik, ik heb geen DNA-test gedaan), houdt de fotograaf in het oog met een air van: ik zou maar niet te dichtbij komen.