Huisconcertje



Tijdens het bezoek aan mijn ouders, die sinds kort op kamers wonen, kondig ik aan dat ik beneden in de gemeenschappelijke ruimte de piano ga uitchecken – vooral om iets te doen te hebben trouwens, om als het ware een cesuur in het bezoek aan te brengen –, zegt mijn moeder: 'Ga jij maar. Ik ga niet mee.'
Er zijn geestdriftiger reacties mogelijk op een spontaan recital van een familielid maar ik laat me niet kisten. Mijn moeder ook niet trouwens.
'De piano in de gemeenschappelijke ruimte, is die bespeelbaar?' vraag ik bij de receptie van Residence Hemelpoort.
'Jazeker,' zegt de mevrouw verantwoordelijk voor het culturele aanbod. Enthousiast vertelt ze over een bewoner met een Steinway bij wie huisconcerten worden georganiseerd. Alsof een engel het zo gepland heeft, staat de betreffende bewoner opeens voor mijn neus, en vraagt vanachter zijn rollator gevuld met boeken: 'Speelt u?'
'Niet zo goed hoor. U ook?'
'Allang niet meer, maar ik mis het zeer.'
Dan zeilt mijn moeder binnen, met mijn kinderen in haar kielzog. In no time zit ze aan de koffie met de Steinway-bezitter, een oud-apotheker van in de negentig, die tussen neus en lippen door vertelt dat zijn vrouw voor de trein is gesprongen maar dat hij daarvoor zelf nog geen reden ziet. Vervolgens zeilt zijn dochter binnen, die met mijn moeder blijkt te bridgen.
De wereld is klein, en wordt kleiner.
'Wilt u mijn vleugel zien?' vraagt de oud-apotheker, zijn wenkbrauwen naar mij fronsend.
Dat wil ik maar wat graag. Boven, in zijn ruime appartement, ruimer dan dat van mijn ouders, maak ik ruzie met mijn kinderen over wie zijn schitterende instrument mag bespelen. Ik win. Hopelijk komt het tot een huisconcertje. Ik begin alvast met studeren.