Hebben we gehuild? Neen.



Er is nog hoop: met mijn tienjarige heb ik zojuist Alleen op de wereld in de integrale vertaling van August Willemsen dichtgeslagen en we zijn er allebei kapot van. Niet alleen is het hoopvol dat een roman uit de 19e eeuw nog tot verbeelding spreekt, maar ook dat een pre-puber, verslingerd aan de instant gratification van het gamen, het geduld weet op te brengen voor een verhaal dat J.K. Rowling had samengevat in één hoofdstuk, maar dat Hector Malot uitsmeerde over vijfhonderd dichtbedrukte pagina’s.
'Wanneer de verteltrant ons nu wat traag en omslachtig overkomt,' schrijft vertaler August Willemsen in zijn nawoord, 'is dit deels toe te schrijven aan de tijd waarin Malot schreef, deels aan het feit dat veel van zijn romans in eerste instantie als feuilleton verschenen, wat het creëren van suspense vereiste.’
Willemsen doet weinig om die trage, omslachtige beschrijvingen op te ketsen, bijvoorbeeld door wat vlotter, bondiger taalgebruik. Hij verkiest steeds de plechtstatige formulering boven de alledaagse, en dat is goed voor ons vocabulaire, maar schrikt wellicht menige lezer af. Tijdens het voorlezen kreeg ik zin om het zoveelste gebruik van 'zo' in de zin van 'als', of 'niettegenstaande' of 'ofschoon' te versimpelen, maar het was niet nodig. Integendeel, het verrijkte de leeservaring.
Alleen op de wereld is een betere titel dan Sans famille. Quizvraag: zijn er meer vertalingen van titels van klassiekers die beter zijn dan het origineel?
Jawel, u mag hieronder reageren!
Hebben we gehuild? Neen. Wel had ik af en toe een brok in de keel, en hoorde ik hoe mijn toehoorder in bed meeleefde met Rémi, Arthur, Vitalis en Capi en Mattia en Lise en al die anderen. Dit is misschien een verschil met vroeger. De gepresenteerde ellende (vooral de scène in de ingestorte mijn is bloedstollend en hartverscheurend) is heftiger, onze eeltlaag dikker. We hebben het zogenaamd allemaal al eens gezien.