Hoe te navigeren op een Schrijversvakschooldocentenborrel



Niet door bij binnenkomst in het grand café Otten te volgen de trap op want daar is de borrel niet, hij is op de begane grond, in een afsluitbare ruimte. Een hoek.
Aan de bar stuit je op Dros. Je zou de rest van de avond bij Dros willen blijven, maar dat doe je niet, je bestelt een fles bier en baant je een weg door de docentenkluwen naar achter, waar geen docenten zijn.
Even aan een statafeltje staan.
En dan?
Niets, wat dacht je?
Vanuit je ooghoek zie je Van de Pol en Sicking en Van den Berg, maar daar stap je niet op af. ('Hallo, wat vinden jullie van de stelling those who can do, those who can't teach?')
Je staart naar buiten. Het is goed om het thuisfront te ontvluchten, maar waar is Kapteijn, je vriend? Die zou er toch zeker wel moeten zijn? Argh!
Je gaat zitten. Hier blijven zitten, alleen aan een tafel, naast een schaal verlept garnituur, dat kan niet. Niet op een docentenborrel. Je besluit collega Van de Pol, dwars door het rumoer, een compliment toe te werpen, een welgemeend compliment (niet gemeende complimenten kunnen als een boemerang op je terugslaan), over haar Don Quichot-vertaling van alweer even geleden.
Beet. Van de Pol straalt, verhuist met Meeuse naar je tafel, een geanimeerd gesprek volgt. Je staat op voor een refill en dan is daar, de goden zij gedankt, Kapteijn, maar hij drinkt fris en moet weg. Voor je er erg in hebt, woon je een hoorcollege film en toneel van Lapinski bij.  'Ik wil onbekend blijven,' is een zin die nog even na blijft zingen.
Als laatste verlaat je, met Dros in de olie, het etablissement.