Inspectie



Met heel veel kranten, de scheurkalender van Peter van Straaten, een boek getiteld When Christians were Jews, dat we samen bij Atheneum hadden gekocht, en, niet te vergeten twee cornetto's (N. is verslaafd aan cornetto's), toog ik naar het perifere ziekenhuis waar ze was opgenomen na haar stroke van vorige week.
Ze was blij met de kranten (leg daar maar neer), de scheurkalender en het boek (o ja, daar was ik in bezig), en ook wel een beetje met mijn komst (wat leuk dat je helemaal hierheen bent gekomen), maar halverwege zei ze, bijna beschaamd: 'Mag ik een ijsje?'
Hadden mijn ijsjes de reis overleefd? Ik had geen ijsbox bij me, en ik had een beetje staan hannesen bij de koelkast in de koffiecorner van het ziekenhuis, op zoek naar een vriesvak.
'We hebben wel een vriesvak, maar daar mogen die ijsjes niet in,' zei een zwaar getatoëeerde verpleegster, die aan de koffie zat met haar collega's.
'Waarom niet?'
'Dat vriesvak is voor medische spullen. Hygiëne... Normaal was het geen probleem geweest maar we krijgen zo direct inspectie.'
'Aha. En die inspectie kondigen ze aan? Wat aardig van ze.'
'Ja, ja ze zijn heel aardig,' zei de verpleegster.
De ijsjes mochten wel in de koelkast.
Nu ging ik de ijsjes op N.'s verzoek uit de koelkast halen. Geen moment te vroeg, want ze waren aan het smelten, ze waren al aan het smelten sinds ik ze van huis had meegenomen. Gelukkig hielden ze nog wel stand. De ijsjes waren zacht. Precies goed. N. genoot ervan alsof ze nog nooit een ijsje gegeten had.