Kreeft

Maria Kraakman door Pablo Delfos

Als de NRC schrijft dat je een dief bent van je eigen geluk als je Het jaar van de kreeft links laat liggen, het stuk van Luc Perceval naar Hugo Claus' jaren zeventig-roman, dan ben je op zijn minst een dief van je eigen nieuwsgierigheid als je niet even gaat kijken.
Ik las Claus toen ik een jaar of zestien, zeventien was – rijkelijk jong inderdaad. Mij staat eigenlijk alleen nog bij dat een groep mensen dronken en lachten en grofheden bezigden en vrijden, al naar gelang het uitkwam. Van plot, karakters of verdere eigenaardigheden uit die roman kan ik me niets herinneren.
Het toneelstuk is teruggebracht tot de onmogelijke liefde tussen een man (over wie we verder niets te weten komen) en een getrouwde moeder met klein kind, gespeeld door Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman, begeleid door repetitieve solo-piano, en temidden van een driedimensionaal gordijn van opblaaspoppen (met erectie). Het enige dat ik vooraf wist was dat het fysiek theater zou zijn. Dit klopt. De lichamelijkheid maakt de meeste indruk in het stuk. Kraakman die onder Scholten van Aschats benen door piept ondersteboven hangend achter zijn rug (don't try this at home, tenzij u in de porno-industrie werkzaam bent), en hoe zij met kleine pasjes over het hele toneel bij hem weg danst: een heerlijke scène. Vechten en vrijen verbeelden ze – wijselijk – alleen symbolisch. De liefde is al vermoeiend genoeg.
Na afloop voelde ik dat dit stuk gedateerd was, maar waar ligt dit nu aan? Volgens de vrouwen in mijn gezelschap ligt het aan het beeld van de vrouw als hysterica. Volgens mij ligt het aan dat van de man als eeuwig geile bok. Misschien hebben we allebei gelijk.
Het sterkste aan het script is de manier waarop dialoog en voice over in elkaar overlopen. De acteurs schakelen naadloos over van verteller naar speler en terug. Alles kan, en het is merkwaardig dat niet veel meer (toneel)schrijvers van die vrijheid gebruik maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten