Het was een prachtig plan. Zaterdag zou het warm worden en gingen we zwemmen bij Paris Plage aan het Bassin de la Vilette, waar dit jaar niet alleen strandstoelen zouden staan maar tevens drie bakken in het water waarin g r a t i s kon worden gezwommen in n a t u u r w a t e r .
Bij aankomst evenwel bleek de Haut Hygiënist de Paris teveel bacteriën in datzelfde natuurwater te hebben gemeten en kon het feest niet doorgaan. De achtjarige pikte het niet, begon te huilen en om zich heen te slaan. Hij m o e s t zwemmen. Dit was hem b e l o o f d. Ook de peuter was hevig verontwaardigd.
Wat nu? Naar een meer in Bois de Boulogne? Een Centre Aquatique te Neuilly? We besloten Piscine Josephine Baker op te zoeken: een vergelijkbare zwembak in de Seine, maar dan met dode bacteriën, omdat ze zijn gechloreerd. Daar aangekomen, het liep inmiddels tegen vijven, de toonhoogte van de achtjarige was alweer een octaaf gestegen vanwege de opwinding over het aanstaande zwemmen, werden wij door de vriendelijke juffrouw achter het loket gewezen op a. de zwemmuts, en b. de strakke zwembroek. Beide: verplicht.
Mijn gymnasiast en ik keken naar de zwembroeken die wij, o effiency, reeds thuis hadden aangetrokken en die allesbehalve getuigden van strakte. Alweer ging het feest niet door, als we tenminste niet 100 euro wilden neerleggen voor een uurtje familiaal droog haar-en-afgekneld geslacht-zwemmen*. Opnieuw sprongen de tranen bij de achtjarige uit de ooghoeken. Wij troostten hem met de gedachte dat we het de volgende dag nog eens zouden proberen op Paris Plage en dat we zouden bidden dat de Haut Hygiënist de Paris geen nieuwe bacteriën aantrof.
Vandaag werden we inderdaad toegelaten tot de zwembakken bij Paris Plage, alleen was het ijskoud, nou ja, voor een zomer dan, stond er een storend harde wind, en was uw vakantieschrijver geveld door zijn eigen bacterie, waardoor aan de Tweede Hoofdwet Van Frölke bij hoge uitzondering geen gehoor kon worden gegeven.
* Wat heeft die Speedo-plicht in Franse zwembaden trouwens te betekenen? Badmutsen begrijp ik, – koks dragen ook mutsen –, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat met het verbieden van shorts etc. in zwembaden tevens een bepaald soort mensen conveniently uit deze instituten wordt geweerd.
La Grande Épicerie
Omdat Adriaan van Dis dit heeft aanbevolen in zijn 'Stadsliefde. Scènes in Parijs', fietsen wij en famille, opnieuw met gevaar voor eigen leven, naar La Grande Épicerie in het 6e, waar Van Dis woonde. Hij stelt het in zijn boek voor als de ultieme eetwinkel, waar niet alleen alles verkrijgbaar is, maar ook nog in de beste versie denkbaar (in Frankrijk, en dus de wereld). Met zoveel superlatieven moet het tegenvallen. La Grande Épicerie lijkt nog het meest op de food-afdeling van een Harrod's achtig warenhuis, maar wat ik me van Harrod's kan herinneren was toch echt een paar maten groter en decadenter, en zelfs in een winkel als WholeFoods in New York stond tien jaar geleden bijvoorbeeld iemand speciaal voor jou grote brokken chocola in het gewenste cacao-percentage te hakken uit een moederrots.
Dit neemt niet weg dat LT meteen gaat shoppen. Ik zoek op de meubelafdeling naar een plek waar ik met de peuter die op mijn borst pit aangenaam kan verpozen. 'Hoeveel denk je dat die gouden vogel kost, in die glazen stolp?' vraag ik aan mijn gymnasiast, wijzend op een object van de firma Vitra. Hij denkt vijftig euro. Ik denk driehonderdvijftig. Hij gaat checken. 'Duizend euro,' glimlacht hij.
Iets voor Adriaan van Dis.
Versailles
Mijn gezinsleden keken me schaapachtig aan. Zij hadden immers net zelf o o k geplast op Versailles. Zo'n prestatie was dat dus niet, plassen op Versailles. Poepen op Versailles, ja, dat zou nog wel enige indruk kunnen maken, maar vooralsnog had niemand het in zich, op dat moment, om te poepen op Versailles.
Trouwens, het zou een loos statement zijn.
We betraden het kasteel. Dat bleek een uitstekende zet, achteraf gezien, om laat naar Versailles te gaan vanuit Parijs, een late lunch te gebruiken in de beeldentuin (buiten het zicht van de tuinpolitie), en het sfeervol door laat licht beschenen chateau binnen te gaan als iedereen er uit ging.
Ook een goed idee: 3 seconden max per zaal.
Bij een relatief sobere salle à manger, waarvoor verder niemand interesse toonde, bleef ik staan. Aan één tafel, waarop vijf zilveren bordjes waren gedekt met kunstig gevouwde servetten erop, stond, aan de lange zijde één grote, met goud damast beklede zetel (de rugleuning naar de open haard gericht), plus twee krukjes links en twee krukjes rechts aan de korte zijden. Een paar meter verderop waren in een halve cirkel naar de tafel toe nog acht krukjes gepositioneerd, voor de hofdames.
Dit leek mij nog helemaal niet zo'n gekke opstelling, maar iets in mij zei dat ik die er niet zonder slag of stoot doorheen zou krijgen.
Afscheid van correspondentschap
Gisteren mijn eerste vakantiemiddelvinger gekregen. Van LT. Ergens op een kruising in de Marais. Ik stak over op de fiets bij oranje, zij stopte voor rood, ik keek om met een blik van waar blijf je en toen kwam hij dus, die middelvinger.
Hij is een bekende van me. Hij wordt me niet alleen in de vakantie geserveerd. Op de Van Wou in Amsterdam zou ik hem ook hebben gekregen.
Fietsen door Parijs rond het spitsuur met drie kinderen in je kielzog op weg naar Centre Pompidou deed me denken aan mijn ouders die veertig jaar geleden op de Périférique stonden, in hun tot de nok toe met kroost en spullen gevulde Peugeot Familiale, koffers op een imperiaal op het dak, plus een zeilboot op een trailer er achteraan, en dan panne krijgen, maar dankzij GoogleMaps is er eigenlijk niets aan.
'Die kaart is ongeldig, meneer!' sputterde de man bij de ingang van de tentoonstelling van van David Hockney, wijzend op mijn Press Pass uit de tijd dat ik correspondent was in New York. 'En al heel lang zo te zien. Sinds 2005! U moet een kaartje kopen!'
Hij had gelijk. Beschaamd keerde ik om en kocht een kaartje. Mijn oude Press Pass boog ik dubbel en wierp ik van de balustrade van de vijfde verdieping van Pompidou. Dat voelde goed.
'Wat heb je dat ding weggegooid?' zei LT verontwaardigd.
Ik knikte, trots op mezelf. 'Ik heb definitief afscheid genomen van mijn correspondentschap. Na twaalf jaar gratis naar musea te zijn geweest, vond ik het wel mooi geweest. Partir est mourir un peu, weet je wel.'
LT bleef het zonde vinden.
Hij is een bekende van me. Hij wordt me niet alleen in de vakantie geserveerd. Op de Van Wou in Amsterdam zou ik hem ook hebben gekregen.
Fietsen door Parijs rond het spitsuur met drie kinderen in je kielzog op weg naar Centre Pompidou deed me denken aan mijn ouders die veertig jaar geleden op de Périférique stonden, in hun tot de nok toe met kroost en spullen gevulde Peugeot Familiale, koffers op een imperiaal op het dak, plus een zeilboot op een trailer er achteraan, en dan panne krijgen, maar dankzij GoogleMaps is er eigenlijk niets aan.
'Die kaart is ongeldig, meneer!' sputterde de man bij de ingang van de tentoonstelling van van David Hockney, wijzend op mijn Press Pass uit de tijd dat ik correspondent was in New York. 'En al heel lang zo te zien. Sinds 2005! U moet een kaartje kopen!'
Hij had gelijk. Beschaamd keerde ik om en kocht een kaartje. Mijn oude Press Pass boog ik dubbel en wierp ik van de balustrade van de vijfde verdieping van Pompidou. Dat voelde goed.
'Wat heb je dat ding weggegooid?' zei LT verontwaardigd.
Ik knikte, trots op mezelf. 'Ik heb definitief afscheid genomen van mijn correspondentschap. Na twaalf jaar gratis naar musea te zijn geweest, vond ik het wel mooi geweest. Partir est mourir un peu, weet je wel.'
LT bleef het zonde vinden.
Ruilen is
Ruilen is sympathieker dan airbnb'en omdat er geen geld aan te pas komt. Net zoals partnerruil geschiedt het op basis van vertrouwen. Beide partijen denken dat zij the better end of the deal hebben, maar wat je werkelijk hebt gekregen in ruil voor jouw woning, wat de huizenruilmarkt jouw huis waard vond, blijkt pas na aankomst en eigenlijk dan nog niet, want schijn bedriegt. Bovendien zit woongenot en -leed soms in kleine dingen. Zo geniet ik hier in deze ruime, avontuurlijke bovenwoning nog steeds van de onwaarschijnlijke hoeveelheid zeldzame boeken om mij heen, van een collectie kunstige flipbooks in de wc tot de Gallimard-klassieken in de werkkamer, en alles daar tussenin, zoals Russian Criminal Tattoo Encyclopedia, Volume 1 (zie hierboven), maar de luid krakende houten vloer is bijvoorbeeld niet bevorderlijk bij het wegsluipen uit de slaapkamer van de kinderen als je denkt dat ze slapen. De keuken is vreemd incompleet; thee kun je bijvoorbeeld niet zetten. Ernstiger, misschien, is dat dit een rookhuis is (ik telde dertien asbakken in de keukenkast). De hoofdkussens in de masterbedroom ademen de adem van een roker. Voordeel: bij elk minpuntje voel je je minder schuldig over wat wij onze ruilers in de maag hebben gesplitst.
Afwijzingskunstenaar
Het is twaalf uur, weten we al wat we met de kinderen gaan doen? Niks, liefst, maar dat kan niet. 'Kinderen moet je uitlaten,' leg ik ongevraagd uit aan mijn gymnasiast. (Gymnasiasten ook trouwens.) Dus gaan we de straat op, want dat is toch vaak het aardigste – in Parijs en waar dan ook. Vooral hier in het tiende. Op Chateau d'Eau waan je je op een markt in Dakar. Bomvolle kapsalons en pruikenwinkels, en veel hangende mannen op straat, vrouwen nafluitend met oorhoepels zo groot als dvd's. Mijn blondjes blijven niet onopgemerkt. 'Nu zijn wij ook eens in de minderheid,' zegt lieftallige. Het voelt goed om in de minderheid te zijn.
'Waarom geven wij die geen geld?' wil de achtjarige weten, wijzend op een moeder met dochter en hond op de Rue du Faubourg Saint-Denis, uitgespreid op het trottoir, naast een jampot met munten. Wij geven alleen aan mensen die het hard nodig hebben, antwoorden wij, maar hoe weten wij wie het hard nodig heeft? De groepjes Syrische mannen die slapen in de parken? De sans papiers die hun tenten hebben opgeslagen langs Canal Saint Martin? De man in lompen die gisteravond in de regen voor ons huis zijn voorhoofd te rusten legde tegen de neus van een bestelbusje, alsof iemand hem in de rug geschoten had?
Sommigen bedelen uit gewoonte. Zoals die bebaarde vijftiger met vers ontstoken filtersigaret in de hand vandaag, die routineus de tafeltjes op het terras van ons café afgaat; in een andere context was hij columnist van Libération geweest. Her en der maakt hij met gedempte stem een praatje, dat steeds weer op hetzelfde uitdraait. Hij wordt beleefd aangehoord, maar hij krijgt niks. De afwijzing laat hem koud. Hij is een afwijzingskunstenaar. Soms zou ik willen dat ik een afwijzingskunstenaar was.
'Waarom geven wij die geen geld?' wil de achtjarige weten, wijzend op een moeder met dochter en hond op de Rue du Faubourg Saint-Denis, uitgespreid op het trottoir, naast een jampot met munten. Wij geven alleen aan mensen die het hard nodig hebben, antwoorden wij, maar hoe weten wij wie het hard nodig heeft? De groepjes Syrische mannen die slapen in de parken? De sans papiers die hun tenten hebben opgeslagen langs Canal Saint Martin? De man in lompen die gisteravond in de regen voor ons huis zijn voorhoofd te rusten legde tegen de neus van een bestelbusje, alsof iemand hem in de rug geschoten had?
Sommigen bedelen uit gewoonte. Zoals die bebaarde vijftiger met vers ontstoken filtersigaret in de hand vandaag, die routineus de tafeltjes op het terras van ons café afgaat; in een andere context was hij columnist van Libération geweest. Her en der maakt hij met gedempte stem een praatje, dat steeds weer op hetzelfde uitdraait. Hij wordt beleefd aangehoord, maar hij krijgt niks. De afwijzing laat hem koud. Hij is een afwijzingskunstenaar. Soms zou ik willen dat ik een afwijzingskunstenaar was.
Een klein, hip museum
Je neemt je voor om niet te stressen, en er is ook niets om over te stressen. Dan ga je pakken, opruimen enzovoorts, je opmaken voor de Grote Vakantie, en voor je het weet loop je te schreeuwen tegen je geliefde dat zij niet zo moet schreeuwen dat jij zo chagrijnig bent, want je bent helemaal niet chagrijnig. Waarom begin je hier ook alweer aan? O ja, omdat niet op vakantie gaan grenst aan kindermishandeling, of laten we zeggen: opvoedkundige nalatigheid, en alsmaar thuis zitten ook zo, tja, statisch is.
Ineens in Parijs. Hectiek. Bij het eerste stoplicht vanaf de Périférique kleeft er een jongetje aan het raam. Hij zingt, maar je hoort hem niet, je ziet alleen zijn mond bewegen, en jij schudt van nee. Je geliefde wil graag weten of de achterklep goed dicht zit, maar jij zegt: 'Bedelen is geen diefstal,' en je denkt er achteraan, 'alleen van tijd'.
Dan het ruilhuis. Dat blijkt een klein, hip museum te zijn in het 10e, met alle mogelijke curiosa, hoekjes en troepjes; een kleine bibliotheek ook, want overal waar je kijkt zijn/liggen/staan boeken. Veel stripboeken, en boeken over stripboeken – Fransen nemen strips serieus –; je slaat er een open: Premières fois (vertaald verschenen ook), met heftige en minder heftige scenes (getekend zijn ze beter te behappen). Maar ook kunstboeken. Een oversized fotoboek van een Franse hagio-fotograaf over James Brown. Een boek over Hokusai.
Dat is het mooie van huizenruil, het aftasten, het ontdekken. Dat heeft iets decadents. Legaal inbreken. Je zou bijna vergeten dat je op vakantie bent.
Ineens in Parijs. Hectiek. Bij het eerste stoplicht vanaf de Périférique kleeft er een jongetje aan het raam. Hij zingt, maar je hoort hem niet, je ziet alleen zijn mond bewegen, en jij schudt van nee. Je geliefde wil graag weten of de achterklep goed dicht zit, maar jij zegt: 'Bedelen is geen diefstal,' en je denkt er achteraan, 'alleen van tijd'.
Dan het ruilhuis. Dat blijkt een klein, hip museum te zijn in het 10e, met alle mogelijke curiosa, hoekjes en troepjes; een kleine bibliotheek ook, want overal waar je kijkt zijn/liggen/staan boeken. Veel stripboeken, en boeken over stripboeken – Fransen nemen strips serieus –; je slaat er een open: Premières fois (vertaald verschenen ook), met heftige en minder heftige scenes (getekend zijn ze beter te behappen). Maar ook kunstboeken. Een oversized fotoboek van een Franse hagio-fotograaf over James Brown. Een boek over Hokusai.
Dat is het mooie van huizenruil, het aftasten, het ontdekken. Dat heeft iets decadents. Legaal inbreken. Je zou bijna vergeten dat je op vakantie bent.
Tafel-obsessie
Toen de glamourbejaarde haar hondje uitliet en ons huis passeerde, koekeloerde ze door de open deur naar binnen en zag in de gang een tafel in onderdelen staan. Ik legde uit dat die tafel was bedoeld voor de vluchtende medemens, maar omdat hij om een of andere reden niet was afgehaald mocht zij hem wat mij betrof ook hebben. Graag zelfs.
GB was niet geïnteresseerd. 'Veel te donker.'
Een dag of twee drie later werd de tafel alsnog afgehaald, voor een vluchtende of anderszins behoeftige medemens. GB kwam opnieuw langs met haar hondje en informeerde naar de tafel.
'Die is er niet meer,' zei ik.
'Wel potverdrie,' zei ze.
'Hoezo? Had je hem toch gehad willen hebben?'
Ze knikte.
Hierop was de Jacht op een Nieuwe Tafel geopend. GB raakte er zelfs door geobsedeerd, zoals ze zelf zei. Ze kon er niet van slapen. Wekenlang vonden we talrijke met breekbare stem ingesproken berichten op de voicemail met verhalen over tafels die zijzelf had willen regelen, of in antwoord op door ons gesuggereerde tafels.
Toen had ze er een gevonden in... Utrecht. De verlossing leek nabij. De Utrechtse tafel werd bezorgd, maar paste bij aankomst in Amsterdam niet door de deur, omdat de poten er niet afkonden. De tafel ging terug naar Utrecht en GB bleef de rechtmatige eigenaar. Daar had ze flink de p in; ze wilde eigenlijk n i e t s meer uitgeven aan een nieuwe tafel, totdat de Utrechtse tafel was doorverkocht (en zij haar geld zou terugkrijgen).
Inmiddels was haar obsessie ook mijn obsessie geworden.
Gratis tafels bestaan, maar of ze mooi en goed zijn, is de vraag.
Uiteindelijk vond LT, wie anders, een tafel à €20 binnen een straal van 10 km die aan de vrij stringente esthetische specificaties van GM voldeed. Vanochtend haalde ik hem op. Een half uur later had ik hem bezorgd en gemonteerd in GB's tamelijk volgestouwde flatje. 'Heel goed. Fantastisch. Dit is de perfecte tafel.'
Of het een perfecte tafel was wist ik niet, maar ik was opgelucht dat deze project kon worden afgevinkt.
GB was niet geïnteresseerd. 'Veel te donker.'
Een dag of twee drie later werd de tafel alsnog afgehaald, voor een vluchtende of anderszins behoeftige medemens. GB kwam opnieuw langs met haar hondje en informeerde naar de tafel.
'Die is er niet meer,' zei ik.
'Wel potverdrie,' zei ze.
'Hoezo? Had je hem toch gehad willen hebben?'
Ze knikte.
Hierop was de Jacht op een Nieuwe Tafel geopend. GB raakte er zelfs door geobsedeerd, zoals ze zelf zei. Ze kon er niet van slapen. Wekenlang vonden we talrijke met breekbare stem ingesproken berichten op de voicemail met verhalen over tafels die zijzelf had willen regelen, of in antwoord op door ons gesuggereerde tafels.
Toen had ze er een gevonden in... Utrecht. De verlossing leek nabij. De Utrechtse tafel werd bezorgd, maar paste bij aankomst in Amsterdam niet door de deur, omdat de poten er niet afkonden. De tafel ging terug naar Utrecht en GB bleef de rechtmatige eigenaar. Daar had ze flink de p in; ze wilde eigenlijk n i e t s meer uitgeven aan een nieuwe tafel, totdat de Utrechtse tafel was doorverkocht (en zij haar geld zou terugkrijgen).
Inmiddels was haar obsessie ook mijn obsessie geworden.
Gratis tafels bestaan, maar of ze mooi en goed zijn, is de vraag.
Uiteindelijk vond LT, wie anders, een tafel à €20 binnen een straal van 10 km die aan de vrij stringente esthetische specificaties van GM voldeed. Vanochtend haalde ik hem op. Een half uur later had ik hem bezorgd en gemonteerd in GB's tamelijk volgestouwde flatje. 'Heel goed. Fantastisch. Dit is de perfecte tafel.'
Of het een perfecte tafel was wist ik niet, maar ik was opgelucht dat deze project kon worden afgevinkt.
Dooie rat
Er lag een dooie rat op het fietspad, dus ik zei tegen mijn kinderen voor en achter: 'Kijk, een dooie rat.'
Ze zagen hem niet, we gingen te snel.
De volgende dag lag de rat er nog steeds, dus ik kwam weer met mijn dooie rat-alert. Nu had de achtjarige de dooie rat wel gezien, maar de peuter nog steeds niet, maar dat veranderde een dag later, toen ze hem wel zag liggen, vlakbij een perkje rondom een boom.
De rat, hadden we inmiddels kunnen zien, oogde nat en zompig. Misschien was hij uit het water gevist. Of hij was natgeregend, dat kon ook.
Het verbaasde mij dat het lijk niet was geruimd. Maar ik had zelf ook geen stappen ondernomen tot lijkruiming, dan wel -bezorging. Het schijnt me toe, dat de lijkbezorging bij ratten beter kan.
Hoe dan ook, vandaag fietsten we weer langs de rat. Nu was er iets nieuws: hij was kapot, zijn buik lag open. Het leek alsof er iemand overheen was gereden, bijvoorbeeld een scooter. Op een of andere manier leek het me waarschijnlijker dat een scooter hem had overreden, dan een fietser.
De vader sprak tot zijn kinderen: 'Ook wat. Lig je daar dood te zijn, word je nog eens overreden, alsof gewoon dood niet dood genoeg is. Mooie boel. Leuke wereld.'
De kinderen voor en achter wilden weten hoe het nu verder moest met de rat. Ik zei dat ik het niet wist. Het lijkruimen/-bezorgen werd er ondertussen niet aangenamer op. Misschien dat nog verder en langer platrijden, tot het lijk als het ware versmelt met het fietspad, nog de mooiste uitvaart is.
Ze zagen hem niet, we gingen te snel.
De volgende dag lag de rat er nog steeds, dus ik kwam weer met mijn dooie rat-alert. Nu had de achtjarige de dooie rat wel gezien, maar de peuter nog steeds niet, maar dat veranderde een dag later, toen ze hem wel zag liggen, vlakbij een perkje rondom een boom.
De rat, hadden we inmiddels kunnen zien, oogde nat en zompig. Misschien was hij uit het water gevist. Of hij was natgeregend, dat kon ook.
Het verbaasde mij dat het lijk niet was geruimd. Maar ik had zelf ook geen stappen ondernomen tot lijkruiming, dan wel -bezorging. Het schijnt me toe, dat de lijkbezorging bij ratten beter kan.
Hoe dan ook, vandaag fietsten we weer langs de rat. Nu was er iets nieuws: hij was kapot, zijn buik lag open. Het leek alsof er iemand overheen was gereden, bijvoorbeeld een scooter. Op een of andere manier leek het me waarschijnlijker dat een scooter hem had overreden, dan een fietser.
De vader sprak tot zijn kinderen: 'Ook wat. Lig je daar dood te zijn, word je nog eens overreden, alsof gewoon dood niet dood genoeg is. Mooie boel. Leuke wereld.'
De kinderen voor en achter wilden weten hoe het nu verder moest met de rat. Ik zei dat ik het niet wist. Het lijkruimen/-bezorgen werd er ondertussen niet aangenamer op. Misschien dat nog verder en langer platrijden, tot het lijk als het ware versmelt met het fietspad, nog de mooiste uitvaart is.
Frauenkalender
'Ik ben blij dat hier nog wat bloot hangt,' zeg ik tegen mijn nieuwe garagist, terwijl ik knik naar een grote Würth-kalender met een geheel ontkleed, maar toch decent poserend wichtje. Mijn oude garagist voerde geen bloot op de werkvloer of in kantoor, en mijn bandenman heeft ook alleen maar keurige, blootvrije kalenders aan de muur hangen, en sowieso wordt bloot in het openbaar met uitsterven bedreigd – hetgeen wonderlijk is, gegeven de voortschrijdende ontbloting in de privésfeer.
'Ja, prima toch?' zegt de garagist, terwijl hij mij voorrekent hoeveel honderden euro's ik nu weer kwijt ben.
'Het hoort bij een garage.'
'Zo is dat. In al die jaren dat ik hier werk heb ik één keer een afkeurende opmerking gekregen. Van een vrouw. Zo van tsk-tsk-tsk. Toen heb ik gezegd: ik heb er geen problemen mee. Als u er wel problemen mee heeft, is dat uw probleem.'
Ik word tijdens zijn tautologische argumentatie nog eens afgeleid door al het gewassen vrouwenvlees aan de muur, dat zo'n contrast vormt met de troep in de garage en de monteurs die onder het smeer zitten. Oogsnoep, vermoedelijk, om ze te herinneren waarvoor ze het ook allemaal weer doen.
'Men vindt dat het niet meer kan,' zeg ik. 'Bloot op de werkvloer.'
'Wie? Waarom, in vredesnaam?'
'Weet ik ook niet.'
'Ik snap niet waarom het zo'n issue is,' drijft mijn nieuwe garagist zijn reeds gemaakte punt verder, alsof hij een bout vastdraait. 'Ik weet niet beter, ik z i e het niet eens meer.'
Als ik thuis achter de computer de Frauenkalender nog eens doorneem, strictly for research purposes, valt me op dat Würth ook braver is geworden, althans vergeleken met de jaren negentig, toen er nog volop werd geposeerd op en rond auto's en garages, met hier en daar zowaar een borst i n c l u s i e f tepel.
'Ja, prima toch?' zegt de garagist, terwijl hij mij voorrekent hoeveel honderden euro's ik nu weer kwijt ben.
'Het hoort bij een garage.'
'Zo is dat. In al die jaren dat ik hier werk heb ik één keer een afkeurende opmerking gekregen. Van een vrouw. Zo van tsk-tsk-tsk. Toen heb ik gezegd: ik heb er geen problemen mee. Als u er wel problemen mee heeft, is dat uw probleem.'
Ik word tijdens zijn tautologische argumentatie nog eens afgeleid door al het gewassen vrouwenvlees aan de muur, dat zo'n contrast vormt met de troep in de garage en de monteurs die onder het smeer zitten. Oogsnoep, vermoedelijk, om ze te herinneren waarvoor ze het ook allemaal weer doen.
'Men vindt dat het niet meer kan,' zeg ik. 'Bloot op de werkvloer.'
'Wie? Waarom, in vredesnaam?'
'Weet ik ook niet.'
'Ik snap niet waarom het zo'n issue is,' drijft mijn nieuwe garagist zijn reeds gemaakte punt verder, alsof hij een bout vastdraait. 'Ik weet niet beter, ik z i e het niet eens meer.'
Als ik thuis achter de computer de Frauenkalender nog eens doorneem, strictly for research purposes, valt me op dat Würth ook braver is geworden, althans vergeleken met de jaren negentig, toen er nog volop werd geposeerd op en rond auto's en garages, met hier en daar zowaar een borst i n c l u s i e f tepel.
Abonneren op:
Posts (Atom)

