Taalachterstanden


Saro, onze knuffelkoerd, komt een rol inspreken voor wat zo langzamerhand wel mag worden genoemd Moord in de Morvan. De podcast – want dat is wat het is.

In de vijf jaar dat Saro in Nederland woont (hij is  b i j n a   Nederlander) is zijn Nederlands vele malen beter dan het Nederlands van, ik noem maar iemand, een Amerikaanse vriendin die 'hier' al tig jaar woont.

De wet van de remmende voorsprong.

Ik weet nog goed dat ik hem zag zitten op de bovenste verdieping van de provisorische vluchtelingenopvang, een voormalig bankgebouw in Zuidoost, verdiept in zijn krakkemikkige telefoon. Maar niet om hersenloos te appen of gamen. Deze wegens levensstijl-keuzes met de dood bedreigde uit Iran-gevluchte man was Nederlands aan het leren.

Overigens is Saro kapper en stylist en heeft hij tig volgelingen op Insta.

Als ik hem aanwijzingen geef voor Murat, de rol die hij moet spelen, maakt hij aantekeningen in het Farsi op een vierkant velletje. Het wonder der taal. Hoe taal er in het leven heel erg veel toe doet, en tegelijk ook helemaal niet.

'Waarom heb je me bedrogen, Paul Krom? Ik dacht dat ik je kon vertrouwen, maar je hebt me uitgeleverd aan de duivel!’

Deze zin kost Saro geen moeite. Wel vraagt hij: 'Wat is duivel?'

Ik schiet in de lach als hij de klemtoon in het woordje 'afluisteren' als in 'ik moest toch de familie afluisteren?' telkens op lui legt in plaats van op af, maar na ongeveer twintig keer staat het er op.

Nog een eigenaardigheid: chateau krijgt hij er niet uit. Hij blijft chatau zeggen, rijmend op lauw. Nu ja. Ik ben er niet zeker van dat het Tunesisch-Franse karakter dat hij moet voorstellen het wel als sjatoo had uitgesproken.

Gegeven zijn taalachterstand in het Nederlands, en de mijne in het Farsi, vind ik het resultaat helemaal niet slecht, maar misschien ben ik niet objectief.

De second thoughts die ik heb betreffen de vertolking an sich. Natuurlijk is het leuk om de karakters uit je hoofd zodanig uit te werken, in dit geval met een klinkende stem, dat ze 'tot leven komen'. Tegelijk sterft er daarbij iets.

Een deel van de verbeelding van de lezer/luisteraar.

Men kan niet alles hebben.



Een paap in het Witte Huis


'Hoe vind je dat,' zei ik tegen Nico, terwijl ik haar in de taxi hielp die ons naar het Vondelpark moest brengen, 'een paap in het Witte Huis.'

'Weet je wat me nog het meest verbaast? Dat daar zo weinig om te doen is geweest.'

Ik deed haar veiligheidsriem om en stapte aan de andere kant in de auto. 'Wat had je dan verwacht? Volksopstanden, rechtszaken? Revolutie?'

'Op zijn minst.'

Ik vroeg me af of de Kennedy's de laatste papen waren geweest in het Witte Huis, maar ik was te lui om het te googelen.

In het Vondelpark aangekomen werden we verwelkomd door een klarinettist die zich in de bosschages had opgesteld. We bleven even staan luisteren, hij speelde nogal overtuigend, met vibrato en al, het thema uit The Godfather. Was dit misschien de klarinettist van het KCO?

De zon scheen alsof hij niet ook gister geschenen had. De bladeren lagen in steeds bruinere hopen bijeen. In de verte was nog een lichtgroene, en een gele boom zichtbaar. De wereld zag er op een of andere manier hoopvoller uit, hoewel alle verandering semantisch was, vooralsnog.

Ik parkeerde Nico bij een muurtje en bestelde twee soep bij Het Blauwe Theehuis. Ik moest denken aan Het leven is verrukkulluk, die beslist imperfecte en niettemin genietbare ode aan het Vondelpark van Frans Weisz, waarin Het Blauwe Theehuis voorkomt. De ober wist desgevraagd van niets. (Niemand weet meer iets, valt me op.)

'Die vrouw van Biden, kom hoe heet ze, schijnt ook geweldig te zijn,' zei Nico tussen twee lepels van haar pompoensoep door.

'Jill? Ja, en ik hoorde dat ze ook een fantastische dochter hebben, die er nog goed uitziet ook.'

'Vergeet Kamala niet. Soms denk ik dat die twee getrouwd zijn, Kamala en Joe, maar dat is natuurlijk niet zo.'

'Nee. Maar goed. Een en al geweldigheid, daar dus.'

Wat een paap zoal niet teweeg kan brengen dacht ik, maar ik hield mijn gedachte voor me.





Tennissen met Tvsi


Het liftmuziekje van Dialup, de internationale eenzaamheidsbestrijdingsdienst, klinkt weer eens. Ik word uitgenodigd te kletsen met een wildvreemde, ergens in Europa. Normaal ben ik daar best voor te porren, maar ik ben aan het werk, geloof het of niet, ik ben niet eenzaam en ik heb geen zin. Maar het liftmuziekje houdt aan en mijn nieuwsgierigheid wint het, zoals vaker, van mijn tegenzin.

Hallo, waar ben jij?

'Manchester,' klinkt een wat matte mannelijke stem aan de andere kant. 'And you. Amsterdam?' Volgt een lofzang op die stad. Kan ik missen als kiespijn.

Het kletsen neemt een aanvang, maar ik ben niet zo kletserig vandaag, de matheid van de stem, alsmede zijn bekentenis, al vroeg in de klets, dat hij shy is en zonder werk zit, helpen ook niet. Dan bekent hij dat hij nogal eenzaam is omdat zijn hele familie in Londen zit. Hij heeft nog een zus in Israël en dat is het.

Ik ga rechtop zitten. Heeft deze man, laat ik hem Tsvi noemen, gebroken met zijn familie? Dat zou je kunnen zeggen. Hij is opgegroeid in een orthodox Joodse gemeenschap en wilde eruit. Om precies te zijn wilde hij graag tennissen en dat mocht niet, want op de tennisbaan 'buiten' waren meisjes met blote armen en benen. Toen is Tsvi weggelopen.

Een verhaal dat lijkt op Unorthodox.

Hoe vonden zijn ouders dat?

'Mijn vader was al overleden en mijn moeder reageerde niet echt. Omdat ik toch niet getrouwd was en ook geen kinderen had kon het haar niet zoveel schelen.'

We kletsen over hobbies. Tsvi pakt op verzoek zijn gitaar en speelt Haga Navila voor me. Hij zingt zo hard en enthousiast dat ik denk: als dit shy is, dan ben ik het ook. Ik speel Satie voor hem. Later komt zoonlief binnen en die speelt Señorita, waarop Tsvi zoonlief vanuit Manchester begeleidt.

Dialup denk ik, zoals Dialup is bedoeld.

Hoe lang kan zo'n gesprek doorgaan? Tsvi laat zich ontvallen dat hij arbeidsongeschikt is en medicijnen slikt, resperidon, tegen psychoses. Al lang. (Hij is 48.)

Ik ga nog weer wat rechter op zitten. Ik laat me ontvallen dat er, b'ezrat hashem, een boek van me uitkomt genaamd Waanzin. Dat vindt hij interessant.

'Lees je boeken?' vraag ik, hoopvol.

'Niet echt,' zegt hij. 'Ik ben al blij als ik de krant uit krijg.'

 

Scheids




De angst, na een wedstrijdje fluiten bij de mini's, te worden opgewacht door voetbalvaders en -moeders, die me een hoek verkopen zit diep.

Wegens corona mogen alleen coach, scheids, en 'handhaver' – die de ouders buiten het hek moeten houden – het veld op.

Ik kijk naar de grond terwijl ik de haag ouders passeer.

'Wat was dat scheids? Gaf je mijn zoon nou een berisping?'

'Hij trok aan het shirt van een medespeler.'

'Dat heet voetbal, idioot.'

Baf.

Of: 'Waarom heb je dat zevende doelpunt afgekeurd?'

'Ze begonnen te vroeg met spelen, ik had nog niet gefloten dat de partij weer door kon gaan.'

Baf.

'Wat zei mijn zoontje tegen jou in de tweede helft? Dat je de wedstrijd dood aan het fluiten was?'

'Nee, hij klaagde dat zijn veters loszaten. Ik heb hem doorverwezen naar de coach.'

'Ja ja.' Baf.

Nee, in werkelijkheid gaat het bij de denkende club waarvan mijn kinderen lid zijn beschaafd toe. De coach wilde me een fluitje geven aan het begin van de wedstrijd, ik zei hoeft niet, maar ja, hij had ze meegenomen, dus ja. Wie fluit heeft een fluitje nodig. En wie een fluitje heeft fluit erop. Maar waarvoor?

De grootste uitdaging van het fluiten, behalve onpartijdig fluiten, is het niet-coachen. Je wilt als scheids je eigen kind aanmoedigen, complimenteren, maar dat kan niet, mag niet, moet niet.

Bij het oefenen vooraf kreeg mijn dochter meteen een bal van een medespelertje in haar gezicht.

Huilen.

Mocht ik haar troosten? De wedstrijd was nog niet begonnen. Ik dwong een sorry af.

Electorale blubber


Ik weet niet hoe het met u zit, lieve lezer, maar ik krijg aambeien van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Eerst achttien maanden campagnevoeren (18 maanden! op 48 maanden regeren!) en dan nu deze electorale blubber. Enough already! En toch: kan het alsjeblieft nog iets langer duren? Want hoe je het ook wendt of keert, het blijft verslavend.

'Relax,' schreef mijn hooggeleerde vriend uit Minnesota maandag al, 'Biden gaat winnen. 90 procent zeker. En als je niet tegen de spanning kunt slik je maar wat Ativan.' (Ativan is een kalmeermiddel, tegen anxiety.) Ik vond het moeilijk om te relaxen, maar ik heb ook geen zin in Ativan. Een glas wijn dan maar.

'Het is zo spannend!' riep A. Ik counterde: 'Het is altijd spannend. Ik heb nog nooit niet-spannende Amerikaanse verkiezingen meegemaakt. Ze moeten spannend zijn, anders worden er geen kranten verkocht. Herinner je je Bush versus Gore nog, met de butterfly ballot?'

Nee, dat herinnerde ze zich niet.

Ondertussen neuzelde CNN door.

Wezenloos staarde ik naar het robothoofd van Anderson Cooper, de micro-cleavage van Erin Burnett, de vierkante John King (wat is die man oud geworden!), maar ook naar de volmaakte zwarte schedel van Victor Blackwell, die in Philadelphia in het lokaal was, waar de stemmen werden geteld.

Er was geen nieuws, maar men neuzelde door. Ziehier het ultieme Amerikaanse talent: praten over niets. De leegte vullen. Uit angst voor de dood vermoedelijk. Horror vacui.

'Anderson is net vader geworden,' zei A. 'Kijk, dat weet ik dan weer.' Ze hield een foto omhoog waarop Anderson er niet uitzag als een robot, maar als een vader. Good for him.

Aan de elfjarige – nu al political junkie –, legde ik uit dat CNN kost wat kost onze aandacht moet vasthouden om genoeg eyeballs te kunnen verkopen aan adverteerders (van spotjes die wij overigens, in Old Europe, niet te zien krijgen, joechei).

In het stem-tel-lokaal, waar opmerkelijk veel zwarte mensen werkten – hoe cynisch was dat? de disenfranchised helpen mee aan hun eigen disenfranchisement – stak een vrouw met overgewicht nog stiekem een donut in haar mond.

'Ze hebben niet in de gaten dat de hele wereld kijkt,' zei A.

Toen de kinderen even weg waren, lieten we ons achterover vallen in de bank en greep ik mijn vrouw bij haar poessie. Iemand moet het doen, nu Trump er niet meer is.


Stemmen




Als aspirant podcastmaker op zoek naar onbezoldigde stemmen kom ik graag bij de mensen thuis. Zo was ik gisteravond bij mijn ouders, in Résidence Hemelpoort. We hadden net genoeglijk gegeten en ik zei: 'O wacht, ik wil nog iets met jullie doen.' Ik pakte mijn laptop.
'Een roze! Sjiek zeg,' riepen mijn ouders gezamenlijk uit.
Ik was vergeten dat ze die nog niet gezien hadden.
'Is die nieuw?'
Ik knikte. Ik zette mijn laptop met de tekst voor mijn vader op zijn schoot. Mijn vader concentreerde zich en sprak de lange, samengestelde zin foutloos uit – eigenlijk in een keer goed. Het viel me op hoe mooi zijn eenennegentigjarige stem klonk, hoog en laag door elkaar. Een interessant timbre, zogezegd. Heel authentiek. Zijn acteren was ook prima, alleen begon mijn moeder tegen het eind van de claus door de opname heen te giechelen.
'Oké,' zei ik tegen mijn vader, 'dat was heel goed, maar omdat moeder erdoorheen giechelde moet het nog een keer.' De tweede keer bleef hij haken aan een woord, dus moest het nog een keer.
Ach ja, het aandoenlijke streven naar perfectie.
Nu was mijn moeder aan de beurt. Hoewel zij veel theatraler is dan mijn vader, had ze duidelijk meer moeite om de goede toon te vinden voor dit stukje stemacteerwerk. Misschien omdat ze te gretig was. Gretigheid is noodzakelijk en toch zit het niet zelden in de weg.
'Een beetje meer spot erin, graag.'
Ze probeerde het nog een keer.
'Goed, maar het is niet meneer, maar monsieur.'
'Je kunt me wat,' zei mijn moeder. 'Ik heb geen zin meer.'
'Nog één keer.'
Natuurlijk werkte ze mee. De medewerking van mijn ouders aan mijn diverse projecten is schier eindeloos.
Thuisgekomen luisterde ik de opnames af en monteerde ze in het verhaal. Het klonk opmerkelijk goed. Ik verheugde me er nu al op om mijn ouders in de credits te vermelden.

Sprookjes




'Wat een waardeloze sprookjesschrijver is dit!' kraaide de elfjarige vanuit zijn hoge bed.
Ik kon een zekere teleurstelling over het genadeloze oordeel van mijn zoon niet onderdrukken. Ik had net een paar sprookjes van Godfried Bomans gelezen uit diens Groot Sprookjesboek, een mooi en mooi (door Wouter Hoogendijk) geïllustreerd boek dat ik, zag ik voorin, voor mijn negende verjaardag had gekregen, en dat ik had verslonden. Vooral het ronduit enge De vijvervrouw (zie boven) stond me bij, en, dus, De oprechte moordenaar, dat ik net aan mijn zoon had voorgelezen. Die vond hij ook goed. Het gaat over een reiziger die in het bos bij een moordenaar aanklopt voor wat gastvrijheid, maar dan wordt gewaarschuwd: 'Ik ben een moordenaar.' De reiziger denkt dat hij schertst en moet zijn suspension of belief bekopen met de dood.
Maar ik had 'dus' de fout gemaakt om het verhaal daarna, De dood van de sprookjesverteller, ook nog voor te lezen, en dat was – wederom, ik moest mijn zoon gelijk geven – een flauwe, met een uiterst onbevredigend einde. Een matige versie van een matige Hans Christian Andersen. Het wordt tenenkrommend als Bomans grappig probeert te zijn, door flauwe verwijzingen, studentikoze terzijdes en quasi-absurdismen die niet werken. Dan ontsporen zijn sprookjes hopeloos. Andersen probeert nooit grappig te zijn; hij is het vanzelf, of hij is het niet, maar dan is hij iets anders. (Ontroerend bijvoorbeeld.) Altijd origineel. Misschien was Andersen de sprookjesschrijver to end all sprookjesschrijverij, maar daar wil ik vanaf zijn.
Hoe dan ook, mijn zoon had goed gezien waar Bomans door de mand viel. Ik was dat vergeten, of ik had het nooit zo opgemerkt. (Mijn vader had die verhalen ook niet aan me voorgelezen, dacht ik. Mijn moeder misschien.)
'Maar De Oprechte Moordenaar was toch goed?' probeerde ik nog iets van Bomans' reputatie te redden. 'Je moet een schrijver altijd beoordelen op het beste wat hij gemaakt heeft, niet het slechtste.'
'Ja, dat zal wel,' morde mijn zoon, draaide zich om en ging slapen.
Of hij nou wil of niet, ik zal hem het hele boek voorlezen. Eerst kennisnemen, dan oordelen, nog altijd. Misschien dat hij ook valt voor De vijvervrouw.


Trial by media


Trial by media, dacht ik bij de indrukwekkende productie van Lucette ter Borg en Carola Houtekamer over de vermeende sex crimes van de Haagse beeldend kunstenaar Julia(a)n Andeweg in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. Ter Borg en Houtekamer treden op als politie en justitie. Ze doen onderzoek, formuleren de beschuldiging en leveren het bewijs. Heeft de verdachte een advocaat? Jawel, maar die laat niet van zich horen. De verdachte zelf zegt ook niets, behalve: 'Heksenjacht.' Verder komt in de zaak geen getuige à décharge voor. Zelfs de moeder van de verdachte, volgens het verhaal zijn grootste apologiste, reageert niet.

Tja, dan kunnen wij lezers/juryleden, weinig anders doen dan roepen: 'Guilty as charged, your honor!' Alleen de strafmaat ontbreekt. Ik stel hierbij mijn kolenhok beschikbaar als detentie-ruimte.

Het schokkendst aan de aantijgingen tegen Andeweg, na de gedetailleerde beschrijvingen van aanranding en verkrachting naar verluidt door hem gepleegd bij tientallen vrouwen (van wie er overigens niet één met haar naam in de krant durft), is de toondoofheid van de instellingen waar hij zijn opleiding volgde of exposeerde. Kunstacademies en tentoonstellingsruimtes keken de andere kant op, gingen de confrontatie uit de weg, bedekten een en ander met de mantel der kunst. Waarmee ze impliciet en soms expliciet (waarom problemen maken? zijn werk verkoopt lekker!) het beestachtige gedrag van de kunstenaar goedkeurden.

'Ik dacht dat hij in therapie was.' 'Ik ben zijn vader niet.' 'We hebben een tussenschot in zijn atelier geplaatst.' Een tussenschot! Mooie metafoor voor pappen en nathouden.

De politie ontmoedigde vrouwen ondertussen om aangifte te doen, hetgeen wijst op een klimaat waarin sex crimes niet serieus worden genomen, hetgeen wijst op een klimaat waarin vrouwen niet serieus worden genomen, hetgeen denk ik wijst op een gebrek aan vrouwen in verantwoordelijke politie-functies.

Als het verhaal van Ter Borg en Houtekamer op waarheid berust, legt het genadeloos bloot waartoe een conspiracy of silence kan leiden.

En ik? Heb ik medelijden met Andeweg? Ja omdat hij als kop van jut wordt geofferd, en omdat hij psychiatrische hulp nodig heeft. Nee, omdat de vrouwen die hij geweld aandeed meer medelijden verdienen.


Gesprekken met mijn schildpad (9)


Wat denk jij, vederloze tweebenige? Jij bent toch correspondent geweest in dat land, dan zou je toch op zijn minst een mening moeten hebben over een en ander?

Ik denk dat Biden wint. Ik vrees dat Trump blijft zitten. Ik hoop dat als Biden wint, hij een hartaanval krijgt na honderd dagen en Kamala Harris het overneemt.

Dan krijgen we dus huilbuien. Dan worden we geregeerd door een mens dat huilt, bij wie de tranen makkelijk komen, die het hart op de tong heeft, die haar verdriet niet verbergt achter een poker face. Dat gaat Amerika definitief zijn nummer 1 positie in de wereld kosten.

Wat heb je die seksistische praat vandaan? Die Harris is geen Pat Schroeder!

Ik zou daar niet zo zeker van zijn... Die speech, heb je die gezien, waarin Pat Schroeder, op een prachtige zomerdag in Denver, haar man staat naast haar, er het bijltje bij neergooit? De teleurstelling onder haar aanhangers... Ze zet haar oversized zonnebril af en probeert dapper haar beslissing toe te lichten, maar dat lukt niet. Er zit een brok in haar keel. Haar man vraagt of ze oké is. Ze knikt ja, pakt een zakdoekje en dept haar ogen. Hij fluistert dat ze beter even op adem kan komen. Dat doet ze niet, ze gaat door, slikt haar tranen door, strijdvaardig als ze is. Ineens zoekt haar gezicht als een kronkelend dier troost bij dat van haar man en ze geeft hem een vlugge kus. Ontroerend.

Wat, jij ontroerd? Dat je daar nog toe in staat bent.

Waarom denk je dat Trump verliest, waar baseer je je dat op? Incumbents hebben toch altijd een streepje voor, tenzij ze het verknallen, of een heel sterke tegenkandidaat hebben?

Mijn hooggeleerde vriend in Minnesota voorspelt het. Hij zegt zelfs, fivethirtyeight citerend, dat er maar tien procent kans is dat Trump blijft zitten.

In 2016 zaten die prognoses er toch helemaal naast? Die tien procent klinkt me iets te hoopvol in de oren.

Ben jij niet stiekem toch Trumpiaan, Koos? Dat vind ik wel iets voor jou. Zeggen dat je het allemaal vreselijk vindt, je hoofd schudden in verontwaardiging over zoveel schaamteloze stupiditeit, leugenachtigheid en manipulatie, en ondertussen denken: het is goed dat dit eens gedaan en gezegd wordt.

Hoe kom je daar nou weer bij? Ik vind het 'gewoon' nogal mager, als Biden het beste is wat de Democraten anno 2020 te bieden hebben. En ja, een grillige narcist lijkt me effectiever tegen schakers als Putin en Xi Jinping dan een hakkelende empathicus. Buitenlandse politiek is toch het enige waarvoor wij ons zouden moeten interesseren?

Helaas niet, Koos. Alles komt vroeg of laat deze kant op.

Nou, dat zien we dan wel weer. Ken je het spreekwoord liever één vijand achter het raam dan drie vrienden op de bank?

(Zwemt weg.)



Oma power



Ik vond dat ik een massage had verdiend. Dat vond ik niet alleen, ook A. vond dat, alhoewel misschien wat minder dan ik. Waarvoor dan, ook alweer? Mijn manuscript is nog steeds niet naar de drukker, mensen met wie ik een afspraak wil maken bellen niet terug, en het lukt me maar niet die verraderlijk eenvoudige piano-oefening van Philip Glass in de vingers te krijgen.

Toen ik een reservering maakte bij het Thaise massage-huis, hoopte ik stiekem dat ik de masseuse (masseurs doen ze niet aan) kon uitkiezen, want de vorige keer was ik behandeld, zeg maar gerust afgebeuld, door een ruig omaatje met ruwe handen en die wilde ik niet wéér. Maar het reserveren ging zo makkelijk, en de freule achter de toonbank lachte zo bevallig, dat ik zonder verdere eisen te stellen het pand verliet. Het verlangen begon. Ik houd erg van massages (niet het soort waaraan u nu denkt). Massage is therapie voor het lichaam. Net zoals het heerlijk is om je hart te luchten bij een goede psychotherapeut, is het buitengewoon heilzaam om een uur lang (of langer, maar dat kan ik niet betalen), honderd procent TLC te ontvangen van iemand die erin gespecialiseerd is om het te geven.

Twee uur later, het was inmiddels donker, winderig en nat, keerde ik terug. Ik had er zin in. Ik was mijn mondkapje vergeten, maar gelukkig hadden de dames hier er wel allemaal een op. (Zeker, masseren gebeurt over het algemeen niet oraal, maar als je gezicht wordt gemasseerd is het vrijwel onmogelijk om niet elkaars aerosolletjes in te ademen.)

Ik kleedde me uit, ging languit op mijn buik liggen en stak mijn gezicht in het daartoe bestemde gat. 'Eigenlijk heb ik nu een gigantisch gezichtsmasker op,' mompelde ik, tegen niemand in het bijzonder.

De masseuse kwam binnen. Ik richtte me even op om te zien wie het was. Geen omaatje. Ze klom bovenop me en plantte haar knieën in mijn rug. Dat voelde prima, maar toen werd er op de deur geklopt. Mij bleek de verkeerde masseuse te zijn toebedeeld. De nieuwe masseuse, ik kon haar niet goed zien door haar mondkapje, griste de handdoeken van mijn lijf, spoot hete olie op haar handen en onderarmen en ging los op mijn monnikskapspier. 'Er zit hier iets,' zei ze in gebrekkig Engels. Ik zei: 'Ja.' 'Doet dit pijn?' 'Ja. Heel erg,' kreunde ik. 'Mooi. Dan ga ik nog even door.'

Dus toch weer het omaatje.

Ik dacht aan de koning van Thailand die zich lang had verschanst in een Duits hotel met twintig dames. Ik vroeg me af wat hij had gedaan in dit geval.