Deel 13: My little violet




Ah ah ah ah ah ah ah oh superman ah ah ah ah ah ah ah. Ik haal mijn telefoon uit mijn broekzak. Het is mijn vrouw – deelgenote aan mijn afwezigheid. 'Jaaaaaaaaaaaaa?' 'Nou je kunt ook wel eens wat aardiger opnemen. Ben je chagrijnig of zo.' 'Niet echt. Ik voel me uitstekend. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.' 'Dus de sabbatical werkt?' 'De sabbatical werkt fantastisch. Boven verwachtingen.' 'Mis je me?' 'Schat, elke vezel in mijn lijf mist je, elke bloedcel, elk haarvat...' 'Ja ja. Ben je al in St. Tropez naar de jachten gaan kijken?' 'Ze zijn groter dan dertig jaar geleden. Ongeveer drie keer zo groot. Ze zijn nu zo groot dat ze niet meer in het haventje passen, wat volgens mij niet de bedoeling kan zijn. Een boot heet My Little Violet. Een monsterlijk gevaarte.' 'Met personeel in het wit?' 'Met personeel in 't wit. En schaarsgeklede dekschrobbers.' 'En het jacht van de puissant rijke cliënt, ligt dat er ook bij?' 'Het Narrenschip bedoel je? Ligt ergens achteraf, op de derde loopplank links. Ziet geen hond. Enfin, wie puissant rijk is in Nederland is hier een puissant arme stakker, vergeet dat niet.' Eternité, zie ik, is verdwenen naar de keuken; kaal + snor staat op en houdt een redevoering. Mooi, denk ik, die Fransen. Die weten nog wat levenskunst is. Of zijn het Duitsers? 'Nou, leuk dat je even informeert hoe het hier gaat.' 'Hoe gaat het daar?' 'Ik mis je.' 'Missen is goed, verlangen is goed. Er wordt te weinig verlangd in deze wereld. We raken het vermogen kwijt te verlangen.' 'Tristan, jij verlangt naar verlangen, maar verlang je ook naar mij?' 'Ik waarschuw je dat de battterij van mijn telefoon bijna op is.' 'Ja, ja. En de villa, bevalt die? Is het een goede deal? Wat ben je nu aan het doen? Ik wou dat ik bij je was. Hier regent 't. Al dagen. Het lijkt of het nooit iets anders gedaan heeft.' 'Ik zit in de tuin.' 'En?' 'En wat? Is dat niet genoeg?'

Fractal art by Vicky.

Deel 12: Nu ja, naakt:



Eindelijk kom ik aan het eind van een lange, meanderende, steile weg bij een half open toegangspoort. Is dit mijn villa? De villa's in deze gated community hebben de neiging nogal op elkaar te lijken; hoe hoger het segment hoe groter de uniformiteit. Ik zie geen auto's maar die kunnen in de garage staan. De puissant rijken zorgen goed voor hun eigendommen; anders zorg ik er wel voor. Ik loop rond de westelijke vleugel van de villa. Uit de eetkamer komt fel licht. Ik verschuil me achter een rozemarijnstruik bij het zwembad, stap daarbij bijna op een trompette de la mort. Vier kale heren, gekleed in rokkostuum, waar zie je zoiets nog, zitten aan tafel. Een heeft een ringbaard, een heeft een sikje, een heeft een snor en een heeft alleen bakkebaarden. Wat zijn bakkebaarden in het Frans? Rouflaquettes. Is dit de Franse afdeling van de commissie ter bevordering van diversiteit in gezichtbeharing? Als dit de nieuwe huurders zijn, dan hebben ze zich verrassend snel geïnstalleerd. De deur naar de keuken gaat open en Eternité verschijnt, naakt. Dat werd tijd. De schepper heeft zijn best gedaan op haar creatie. Nu ja, naakt: ze draagt hoge laarzen, een slipje in vijgenbladmotief, en paarse kwastjes op de tepels. Een voor een gaat ze de heren langs met een bowl en een soeplepel en schenkt over elke kale schedel een of andere vloeistof uit, die veel weg heeft van bloed, maar het zou ook cranberrysaus kunnen zijn zonder cranberries, bloody mary of gewoon bowl. Ik vraag me af of het tafereel me vervult van opwinding, dan wel walging, het verschil is niet altijd  duidelijk. De heren doen net alsof er niets aan de hand is. Ik ben benieuwd naar de volgende gang.

Trompette de la mort, ook wel truffel voor de armen genaamd.

Deel 11: Een eenvoudig geval van une erreur d'identité.



'Nog vragen?' Eternité steekt een Gauloise Blonde op. Ik heb geloof ik nog wel wat vragen, maar ik begrijp ook wel dat ik niet alles moet willen weten. Daar is nog nooit een mens beter van geworden. 'Ce cadavre. Wat deed dat in het zwembad van mijn villa?' 'Oh, dat? Dat was vermoedelijk een medewerker van France Telecom. We zoeken nog uit of 't een zelfmoord was, of dat deze medewerker van het dak is gewaaid tijdens de orage.' 'Juist ja. En wat was de toedracht van de aanslag op mijn leven? Bent u daarover al iets wijzer geworden?' Eternité rolt met haar ogen. 'De man die u heeft aangevallen en geprobeerd te verdrinken was uit op de eigenaar van de villa – uw puissant rijke cliënt uit Holland, non? De moordenaar wist niet dat u in zijn plaats kwam. Een eenvoudig geval van une erreur d'identité. Maar het zal hem niet nog eens overkomen, hè, hè.' Ik ben daar niet zo gerust over, in mijn ervaring zijn persoonsverwisselingen zelden eenvoudig, en bovendien, waarom moest hij mijn puissant rijke cliënt hebben, maar voor ik haar dit kan vragen stapt ze, glimlachend, met haar hartvormige computermuis, in haar Amazone en is ze verschwunden. Complètement disparue. Ik blijf achter met Solange. Deze heeft me weinig meer te bieden dan lauwe jasmijnthee. Ik hou het bij jasmijnthee. 's Middags ontsnap ik uit de villa waar ik word beschermd, of gevangen gehouden, het is maar hoe je het bekijkt, in een poging de villa te bereiken waar ik van plan was mezelf gevangen te houden, of mijn sabbatical te vieren. Die villa moet op een steenworp afstand liggen, in dezelfde gated community, maar als de avond valt stel ik met bezweet borstbeen vast dat ik ben verdwaald in het doolhof van steile, doodlopende weggetjes.

Kretenzisch doolhof via labyrinthos.net

Deel 10: Sabbatical

 

Ik zit met mijn knie in het verband aan de ontbijttafel. De Bernardelli, zul je net zien, is per ongeluk afgegaan, heeft mijn knie geschaaft – goddank niet doorboord – en een volmaakt rond gat geslagen in een vrieskist met een slot erop die aan mijn voeteneind staat. Over die vrieskist stel ik verder geen vragen. Het vuurwapen is me meteen door Solange afgenomen. 'Verder goed geslapen? Nog gedroomd?' informeert Eternité. 'Alleen leuke dromen,' lieg ik. In werkelijkheid bevatte mijn droom behoorlijk wat geweldsporno gericht tegen gezichtsloze monsters maar dat ga ik Eternité niet aan haar mooie neus hangen. Solange legt een aangebrande croque monsieur op mijn bord. Het ligt voor de hand aan te nemen dat Eternité en Solange uit hetzelfde hout zijn gesneden omdat ze allebei voor Protection 24/7 werkzaam zijn, maar er ligt zoveel voor de hand. Solange is het type matrone waar je geen ruzie mee wilt hebben, zelfs geen meningsverschil. Vandaag draagt ze een onduidelijk gewaad. Wie weet wat ze morgen aanheeft. Bij de koffie komt Eternité met een laptopje aanzetten met hartvormige muis van Japanse makelij. 'Nog even voor de administratie,' zegt ze over het terras zonder mij aan te kijken. Ik vind alles best. Voor de administratie ben ik tot veel, zoniet alles bereid. 'Naam?' 'Tristan Oleander.' Daar doet ze even over, om dat met haar parmantige vingertjes op haar laptopje in te voeren. Ik houd mijn blik gericht op de muis. 'Beroep?' 'Ik ben met sabbatical.' 'Wat was uw beroep voordat u met sabbatical ging?' 'Private banker.' Daar moet ze even om grinniken, om dat beroep, maar dat overkomt me wel vaker. 'Zult u weer private banker zijn als u terugkeert van uw sabbatical?' 'Dat is niet de bedoeling. Ik ben hier om mezelf tegen te komen, en dan eens goed door elkaar te schudden. Dat lukt al heel aardig moet ik zeggen. Ik had eigenlijk naar Thailand gewild maar dat vond mijn vrouw te gevaarlijk.'

Deel 9: Je kunt afslaan tot je een ons weegt, de horizon zal je niet halen.



Eindelijk liggen we in bed. Dit moet ik preciseren. Ik lig op een aftandse slaapbank die ik zelf naar de bijkeuken heb mogen sjouwen, waar de huishoudelijke machines ratelen, en Eternité ligt met haar jongere, zwijgzame concullega Solange in een driepersoons hemelbed op een hoogte die zelfs voor de stijfste bejaarde nog toegankelijk zou zijn in de torenkamer van het kasteel. Het is geen echt kasteel, alleen voor Nederlandse begrippen. Welbeschouwd lijkt Eternités kasteel verdacht veel op de villa die ik op haar bevel heb moeten achterlaten, behalve dat hier de poort wel werkt en er in plaats van een zwembad sprake is van een driving range richting Méditerranée. Je kunt afslaan tot je een ons weegt, de horizon zal je niet halen. Eternité heeft me haar damespistool gegeven, dat is aardig van haar, zodat ik mezelf kan beschermen. Protection 24/7 is tot veel in staat, maar als haar agenten de slaap der rechtvaardigen slapen, wil men nog wel eens een steekje laten vallen. Zelfs moordlustige supervrouwen bedienen zich van de Franse slag. Tot nu toe heeft dat gunstig uitgepakt voor mij, maar daar kan een keer een eind aan komen. Bij aanstekerlicht bekijk ik Eternité's damespistool. Het is een Bernardelli, pistola automatica, Cal. 7,65 - 9 Corto. Er zitten twee kogels in. Ik mag een keer missen. Mocht ik een keer missen, en die kans is groot, dan moet ik de tweede keer raken, tenzij ik twee keer moet raken, omdat ik van twee kanten wordt aangevallen. Dan mag ik de eerste keer niet missen. Mijn brein werkt nog, geloof ik. Even overweeg ik uit verveling het pistool uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten, maar voordat ik dit onzalige plan kan uitvoeren val ik in slaap.

Bernardelli's onofficiële site, wat dat ook moge betekenen. 

Voor wie later is ingeschakeld, hier is 't allemaal begonnen.

Deel 8: Sky Ride



'We moeten zo snel mogelijk met elkaar naar bed,' zeg ik tegen Eternité in haar Volvo Amazone met Je reste au lit, een vrolijk liedje van Pascal Parisot, op de achtergrond. 'Ik voel het. Het moet gewoon. Als we het niet doen zou dit ernstige maatschappelijke gevolgen kunnen hebben.' Dat excuus heeft ze vaker gehoord. Onder haar wulpse vogeljurkje is haar boezem licht bezweet geraakt, ik weet niet waarvan, ze lijkt me une type cuoole. 'Het maakt me niet uit waar. We kunnen op iedere plek de liefde bedrijven. Misschien niet op die poubelle waar we die plastic zakken hebben gedumpt, maar verder werkelijk overal. Dat is het mooie van de liefde, je hebt er alleen lijven voor nodig.' Eternité, een vrouw met een eigen wil, draait de parkeerplaats op van een helverlicht maar totaal verlaten lunapark bij Grimaud. Als ik protesteer dat ik hier te oud voor ben, zegt ze: 'Dan heb je nog nooit in de Sky Rider gezeten.' Daar moet ik haar gelijk in geven. Als zij betaald heeft bij de verveelde hoogblonde dame met het hondje in het hokje (ik heb geen geld bij me; ik heb nooit geld bij me), nemen we plaats op een aluminium platform. Een man helpt ons in een tuigje dat ons horizontaal fixeert – als bevroren supermensen hangen we in de lucht. Dan knikt hij naar de hoogblonde dame in het hokje. We worden schuin achteruit omhoog de zwarte nacht in gehesen, voor de Sky Rider is alleen de grootst mogelijke aanloop groot genoeg. Zolang ik mijn blik op haar boezem gericht houd gaat het nog wel. Voor de zekerheid omarm ik haar maar. Op het hoogste punt aanbeland – zestig meter boven de parkeerplaats – worden we met een snelheid van 120 kilometer per uur naar beneden gekatapulteerd. Rakelings scheren we over een nietsvermoedende man die met zijn zoontje staat toe te kijken met een barbe à papa in de hand. Eternité gilt het uit van genot, ik van angst, maar we gillen, simultaan, en dat is ook wat waard.

Deel 7: Ik ben bang in het Nederlands te denken, daarom denk ik in het Frans.



La Ferme La Douceur was een geheimtip uit Nederland. Dat hebben Eternité en ik geweten. Het ligt in het midden van nergens, het is aardedonker als we aankomen, maar Nederlandssprekenden hebben de tent en masse weten te vinden. Ik ben bang in het Nederlands te denken, daarom denk ik in het Frans. La Douceur kent geen menukaart, geen wijnkaart, iedereen eet mee met de pot en drinkt het huisbocht in etiketloze flessen. Ik wantrouw etiketloze flessen. Maar tegen de flat rate van €42, all inclusive, ben ik niet bestand. Net zoals de plaatselijke pensionado's aan de belendende tafels die hun hart in Heerhugowaard, Bergen op Zoom, Geldrop of Alkmaar hebben laten liggen. 'Les Français à l'étranger,' fluister ik in Eternité's gaaf gevormde oor tussen hoofdgerecht (comfort food) en kaas (een plakje) in, 'ils vous irritent aussi?' Ik wil weten of het typisch Nederlands is dat Nederlanders zich in het buitenland aan Nederlanders ergeren, maar waarschijnlijk is het typisch Nederlands dit te willen weten. Enfin. Eternité haalt haar schouders op. Het enige wat zij wil weten, terwijl ze de kaas wegspoelt met het rode huisbocht, is of mijn ergernis zulke vormen aanneemt, dat zij ervoor moet zorgdragen dat een aantal van de Nederlandssprekenden het eind van de avond niet haalt, want daar heeft ze zo haar methodes voor. Discrete methodes. Ik schud mijn hoofd. De ergernis is alweer verdwenen. En trouwens, er zijn voorlopig genoeg doden gevallen. 'Okay,' zegt ze, in haar mooie Frans, waarbij de y melodieus de hoogte in gaat. 'Comme vous voulez.'

Een van de aardige weblogs die naar mij linken, is van Nederlandssprekenden in Frankrijk.

Deel 6: Dual use



Samen met Eternité sleep ik het lichaam van mijn snode aanvaller naar het gazon achter de villa. Hakken op gras maakt minder herrie. Ik haal de bijl die ik in de garage heb zien liggen. 'Weet je zeker dat hij dood is?' Miniem hoofdknikje. 'Op de gewrichten mikken,' zegt ze, 'daar ontmoet men de minste weerstand.' Terwijl ik mijn werk doe met meer geestdrift dan ik had verwacht, ik heb mijn roeping gemist, vlijt zij een eindje verderop neer op een ligbankje in de zon en steekt een Gauloise Blonde op. Als ik 's mans benen van de romp heb gescheiden, en de ledematen in drie stukken heb gehakt, een procedé waaraan opmerkelijk weinig bloed te pas komt, steekt ze een hand op: 'Arrêtez! Ça suffit! Eerst de hompen inpakken. Dan gooi ik die alvast in de achterbak.' In de keuken vind ik grijze plastic zakken met daarop DUAL USE. De zak kan én gebruikt worden als boodschappentas, én als pedaalemmerzak. Franse supermarkten zijn inventiever dan je denkt. Eternité blijkt niet vies van versgehakte lichaamsdelen, maar kop en romp, waar toch nog wel wat bloed vanaf komt, mag ik zelf in plastic zakken proppen. Na afloop ruim ik met veger en blik de stoffelijke restjes op van het gazon, trek die door het toilet, schrob voor de tweede keer bloed van het terras bij het zwembad en stap bij Eternité in haar roomkleurige Volvo Amazone. 'Zijn dit al uw bezittingen,' vraagt ze, als we vol gas over de Croisette richting Ste. Maxime scheuren. 'Hoezo?' 'Mijn excuses, ik had het u eerder moeten zeggen. U keert niet meer terug naar de villa.'

Deel 5: Niets lijkt haar te verbazen



Het laatste beeld op mijn netvlies voordat ik mijn bewustzijn verlies is dat van het putje in de blauwbetegelde zwembadbodem. Als ik weer bijkom, op het terras, kijk ik recht in de ogen van een vrouw in een jurkje met vrolijke vogeltjes. Ze heeft me net mond op mond beademing gegeven. In haar decolleté, onder het bandje van haar al even vrolijke bikini, bespeur ik een klein damespistool. 'Vous connaissez ce mec là?' zegt ze, nadat ik rechtop ben gaan zitten en een glas Provençaalse rosé heb gevraagd en gekregen. Ze wijst met haar hoofd richting een besnorde man in een plasje bloed. Ik schud van nee. Het is niet de jardinier. Ook niet de croissant-bezorger van La Tarte Tropezienne. Is het de buurman met het maanachtige nachtlicht? Ik vertel haar over het lijk, en de wonderbaarlijke verdwijning ervan. Het lijkt haar niet te verbazen. Niets lijkt haar te verbazen. 'Est-il mort?' vraag ik, uit voorzorg, over het meest recente slachtoffer. Ze knikt, bevallig. Ik neem mijn redster nog eens goed in me op. Dit is geen straf. 'Mais qui êtes vous?' 'Je m'appelle Eternité,' zegt ze, 'de Protection 24/7.' 'Quels beaux oiseaux,' zeg ik, over haar jurkje. Het kan geen kwaad om bij je redster in het gevlei te komen. 'Merci,' zegt ze, alsof ze het compliment nog nooit eerder gehoord heeft. 'Alors... Ça va, monsieur?' Ik klaag dat ik nog wel wat pijn heb aan mijn schedeldak, laat het klagen maar aan mannen over, anders gaat ze misschien weg. 'Voulez vous diner avec moi, ce soir, à La Ferme La Douceur?' Dat wil ze wel, als we eerst samen de besnorde snoodaard in stukken hakken, de stukken in plastic zakken stoppen en die naar de poubelle brengen. 'Ah, la poubelle,' zeg ik. 'Mais bien sûr.'

Deel 4: Zorgvuldigheid



Het is twaalf uur in de middag als ik eindelijk de rolluiken durf te openen. Voor elk venster dient een knop te worden ingehouden. Even word ik als een konijn in zijn hol verblind door het zonlicht, rechtstreeks en weerkaatst door de Middellandse Zee. Ik steek mijn hoofd naar buiten en merk op dat de ene haperende deur van de elektrische poort niet helemaal gesloten is: zorgvuldig is mijn nachtelijke ordeverstoorder niet, aan de andere kant: de zorgvuldigen spelen een marginale rol in de geschiedenis. Pas als ik mijn tien matineuze baantjes heb getrokken – het moeten er tien zijn, niet één minder of meer – besef ik dat het lijk weg is. Het enige wat resteert op de plek waar het lag is een pluk zwart haar en een substantie die het midden houdt tussen bloed, kwijl en ondetermineerbaar overgeefsel. Met alle schoonmaakmiddelen die ik kan vinden schrob ik de rand van het zwembad schoon. Ik beloon mezelf met een espresso, en een croissant aux amandes, bezorgd door La Tarte Tropezienne, een uitstekende bakker. Net als ik tot mijn niet geringe opluchting vaststel dat ik met minimale inspanning van een nijpend probleem af ben – namelijk: wat te doen met het lijk – voel ik een scherpe pijnscheut bovenop mijn schedel, ik vermoed openhaard-gereedschap, en een brute kracht die mij met klapstoel en al het water induwt.