Wat de bidsprinkhaan zag bij het hotelzwembad



 

Een stel: zij, staand naar hem toe in het ondiepe water, met ultralange nagels, niet te negeren, ciabatta-vormige borsten en opgestoken dreadlocks; hij, zittend op de rand, een kindman met geblondeerde stekeltjes, 777 in blauwe inkt op zijn melkwitte buik.

Twee overdadig getatoeëerde ouders hannesend met nochtans niet getatoeëerde, zij het onverminderd dreinende kooters.

Een man – Ray Ban, buikje – die gezeten in een luie stoel aan zijn sigaret trekt terwijl een jongen van een jaar of tien zich steeds maar weer uit het bad hijst om als een dolfijntje voor hem te duiken.

De bidsprinkhaan schortte zijn oordeel op. 

 

 

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Wat fijn dat jullie er zijn