35. Tikken en schoppen



De man die zich heeft voorgenomen honderd verhalen te schrijven in honderd dagen, daar ook aan is begonnen en nu nog ongeveer tweederde voor de boeg heeft, laten we hem Viktor Frölke noemen, zit op de bank en tikt met de nagel van zijn linkermiddelvinger tegen zijn rechter voortand. Alsof hij achter elkaar sigarettenpeuken wegschiet tegen het glazuur, maar dan zonder sigarettenpeuken.

'Wil je daar mee ophouden?' zegt zijn vrouw, die zich nooit heeft voorgenomen honderd verhalen te schrijven in honderd dagen – laten we haar naam niet noemen; niet dat haar naam er niet toe doet, integendeel, maar wij hebben daar zo onze redenen voor.

Frölke stopt even, laat haar even denken dat hij gehoorzaamt, om vervolgens weer te gaan tikken.

'Hoor je niet wat ik zeg?' Wat norser nu. De vriendelijkheid, als die er al was, is weg.

Hij stopt met tikken en antwoordt: 'Jawel.'

Het is even stil, totdat Frölke opnieuw besluit, of nou ja, een besluit is het niet te noemen, eerder een neiging, hij heeft een neiging die hij – kennelijk! – niet kan onderdrukken, maar kunnen en willen zijn hier broertje en zusje, of eerder: tweelingbroertjes eigenlijk, om zijn getik tegen zijn voortand voort te zetten. Het kan trouwens zijn dat hij nu tegen de andere tand tikt, met de nagel van zijn wijsvinger, maar het geluid is er niet anders of minder om.

De vrouw loopt op Frölke af en trekt zijn hand weg bij zijn mond, de hand die de vinger leverde waaraan de nagel zat die tegen de tand tikte.

Het tikken houdt op, aangezien het tikken onmogelijk is gemaakt. Een van de beste manieren om ergens vanaf te komen – wij kunnen dit beamen – is het onmogelijk te maken.

De vrouw keert terug naar haar bezigheden. Frölke ook, naar de zijne. Nu herkennen wij bij hem een duidelijke recalcitrantie, hij wil weten hoe ver hij kan gaan, of liever gezegd, wat er gebeurt als hij verder gaat. Waar dit eindigt, – zoals de lezer, wellicht, op dit punt aangekomen. (Frölke en de lezer hebben een pact. Een ander pact dan hij heeft met de vrouw. Er bestaat een zekere spanning tussen de twee pacten.)

Het antwoord wordt gegeven tegen zijn scheenbeen. De vrouw plant enkele malen haar schoenpunten in Frölkes met vel beklede tibia. We zouden liegen als we zouden volhouden dat Frölke niets voelt.

Hij kijkt op naar haar, verrassend genoeg (voor ons) toch nog verrast over zijn gedrag en haar reactie daarop. 'Je schopt me!'

'Moet je maar ophouden met tikken als ik daarom vraag.'

Viktor Frölke houdt op.