38. Erfstukje




Mijn beide grootvaders, Jan en Joop, waren ingenieur. De een, Joop, bewaarde zijn gereedschap keurig georganiseerd in een houten schuurtje in de tuin. Ik zie de tangen en schroevendraaiers nog hangen, in volgorde van grootte, aan de muur, maar ik heb hem nooit iets zien repareren, of het moet een fietsband zijn.

Jan heb ik nooit gekend. Hij stierf vlak voor of vlak na het huwelijk van mijn ouders. Van mijn moeder weet ik dat hij rondliep met gereedschap in zijn binnenzak voor het geval hij ergens iets tegenkwam, ook bij andere mensen, dat niet werkte. Een klok bijvoorbeeld. Ik weet niet of hij ook in staat was tot hogere reparaties zoals radio's. Ik denk het niet. Hoewel hij opklom tot directeur van een elektriciteitsmaatschappij had hij geen elektrotechnische, maar een werktuigbouwkundige achtergrond.

Diep in zijn hart, vermoed ik, deelde hij een droom met mijn zoon van elf, namelijk om uitvinder te zijn. Er is van hem correspondentie bewaard gebleven met fabrikanten, met wie hij zijn ontwerpen voor diverse geniale vondsten had gedeeld.

Een van die vondsten was een klein opmaakspiegeltje op een hoge ijzeren standaard, waarmee je je gezicht van dichtbij kan bewonderen, bijvoorbeeld om een puist uit te drukken. De fabrikant bedankte vriendelijk voor de eer om dit hoge spiegeltje in productie te nemen, maar mijn moeder heeft al zestig jaar of langer plezier van het prototype. Ik kijk er ook nog wel eens in als ik op bezoek ben. Misschien is dat spiegeltje te goed.

Van Joop heb ik via een lange omweg (namelijk naar Indië en terug) een boek geërfd getiteld De sterren in hun loop van Sir James Jeans. Nog steeds prima leesbaar en verluchtigd met mooie foto's. Het ontroert me dat deze grootvader-ingenieur in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen hij als 'chemiker' administrateur was op 'de onderneming', zijn blik op het hemelgewelf richtte. Ik erfde ook nog beenkappen van deze grootvader, waarover ik eerder schreef.

Mijn enige erfstuk van ingenieur Jan is hierboven afgebeeld. Ook dit objectje, misschien een eeuw oud, ontroert me. Het houten handvat meet zo'n tweeënhalve centimeter. De steel is een beetje krom en kennelijk niet van roestvrij staal.

Ik heb dit gereedschap nooit gebruikt of in mijn binnenzak meegedragen. Misschien wordt het tijd om dat eens te gaan doen, al was het alleen maar in een poging om enigszins in achting te stijgen bij mijn zoon.