7. Bekentenis

Jason Padgett, Fractal Drawing

Ik dacht er goed aan te doen mijn gedoodverfde moordenaars in mijn geliefde clubfauteuils bij de leestafel te installeren, terwijl ik plaatsnam achter mijn reusachtige, eikenhouten, obsessief opgeruimde bureau, een erfstuk van mijn grootvader.
Ze zaten nog niet, die twee, Sik en O-been, of ze haalden, alsof ze het hadden afgesproken, ieder een appel uit de zak van hun onmodieuze zomerjasje en zetten er ostentatief hun tanden in.
Misschien is dit een goed moment voor een bekentenis: ik, Into M. Geniet, verklaar hierbij schone handen te hebben. Ik ben geen lid van 'de onderwereld' of zoiets. Mijn onderwereld strekt zich niet verder uit dan de, toegegeven: ruime, parkeergarage die ik onder mijn villa heb laten aanleggen. Natuurlijk heb ik her en der schulden gemaakt, heb ik mensen benadeeld, ben ik ze te slim af geweest, enzovoorts, maar ik heb dit zo veel mogelijk binnen de kaders van de wet gedaan. Ik ben nooit in aanraking met de politie geweest afgezien van wat vergeten verkeersboetes, wat geluidsoverlast, inderdaad (maar niet dan nadat Mastenbroek eerst alle normen had overschreden en alleen bij feestjes), en ooit, in een ver verleden, een volstrekt uit de lucht gegrepen aanklacht wegens doorrijden na een ongeluk (de doorrijder na het ongeluk had ook een asgrijze Jaguar, net zoals ik, maar daar hield de overeenkomst op). Enna heeft eens de politie verwittigd toen ik in haar ogen iets te voortvarend met een kostbaar kleinood (een familie-diamant ter grootte van een chocoladerotsje, om precies te zijn) Nederland doorkruiste, maar alleen uit bezorgdheid; ze was bang dat mij, of, beter gezegd, de diamant, iets zou overkomen. Dat is allemaal alweer lang geleden, en de diamant is allang op het hoogtepunt verruild voor goud, dat veilig bij de bank ligt opgeslagen.
Over de reden die iemand ertoe gebracht heeft twee grote, kale mannen in een rood autootje mijn kant op te sturen, met het doel mij te executeren (aha) kan ik 'dus' met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat die niet financieel, of in het algemeen, materieel is. Behalve misschien de belastingdienst, heeft niemand met mij een rekening te vereffenen. Ik ben een 'eenvoudige ondernemer' die op het juiste moment heeft gecasht, dat is alles.
Plok.
Ik werd in mijn gedachtengang gestoord door een geluid in de prullenbak bij de deur. O-been keek me triomfantelijk aan. Het klokhuis van Sik kon ik daarna op mijn gemak volgen. Het beschreef kalmpjes, op zijn gemak, leek het, een baan door het luchtruim van mijn werkkamer die eveneens eindigde met een plok op de bodem van de mand.
2-0.
'Impressive,' was het enige wat ik wist uit te brengen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten