Temperament



'Heeft jouw moeder ooit wel eens 'sorry' gezegd,' vraag ik A. toen ik uit de douche kwam. 'Wat is sorry in het Noors?'

A. was al aangekleed. 'Hoezo?'

'Nou, ik kan me zo voorstellen dat ze als moreel superieur wezen daar nooit reden toe heeft gezien.'

A. reageert verbaasd. 'Maar er was toch ook helemaal geen reden toe! Jij was een etter.'

'Je moeder reageerde nogal fel. Ik vond het buiten proportie.'

Achter mij hoor ik de hotelkamerdeur hard in het slot vallen.

De emotionele afwikkeling van de confrontatie met de ideale schoonmoeder boeit me bovenmatig. Het eerste wat gebeurde nadat ze mij terecht had gewezen op het veldje op de Hoge Veluwe? Mijn dochter die partij voor me koos. Ze kwam onmiddellijk op me af, rennend bijna, om haar steun te betuigen aan haar in het nauw gedreven vader. Hartverwarmend.

'Stom hè,' mompelde ik. Ze knikte hevig.

De rest van de dag probeerde ik mijn hoofd koel te houden, hoewel ik zoals elke (onheus) terecht gewezene, zon op wraak. Maar hoe wreek je je op je schoonmoeder? Ik besloot tot, – hoewel, een besluit kan het lastig worden genoemd, ik merkte dat ik ertoe over was gegaan, zoals dat wel vaker gaat met wraakgevoelens – passieve agressie. Ik meed haar. Ik merkte dat zij mij ook meed. Wij meden elkaar. Maar we wisten ook dat we dit niet eindeloos konden volhouden.

Bij de borrel kwam de verzoening. Ze lachte charmant maar ook een heel klein beetje beschaamd naar me. En gaf toe dat ze toch wel wat boos op me was geweest vanmiddag, maar ja...

Ik houd van temperament. Liever ontploffingen op zijn tijd, tranen en teleurstellingen, maar ook echte euforie (probeer het maar eens), dan een gevoelstemperatuur die altijd rond dezelfde middellijn schommelt.

Ondertussen moet ik me misschien toch afvragen waarom ik het kennelijk nodig vind om te stangen, te plagen, te sarren. Bij mijn dierbaren, nog wel. Ja, omdat ik niet tegen al te gezellige bijeenkomsten kan, denk ik, waarin iedereen het juichend met elkaar eens is. In dat soort gezelschappen voel ik een sterke aandrang tot oppositie. Maar dat is begging the question, ik weet het.

Misschien is het tijd voor therapie, voor ons allemaal.