Kunstdate



Lopend door de zalen van Museum Voorlinden, verbazen de schitterend geklede kunstenaarsweduwe en ik ons over de vele onzin die er hangt, staat en ligt. Natuurlijk, de ambiance is fantastisch, en je wilt alles ook prachtig en indrukwekkend vinden, maar in veel gevallen is het 'gewoon nix'. Een aardige vondst. Of zelfs dat niet.

Een kastje dat licht achterover geheld staat, met de laden steeds een stukje verder open. Ik probeer de titels te ontwaren van de vier boeken waarmee de voorpoten van het kastje zijn gestut. Raymond Chandler, 'Die kleine Schwester' zit erbij. Iets met Bilder en nog twee onleesbare titels. Tja.

'Maakte jouw man collages?' vraag ik bij een zwakke Rauschenberg-collage (koude oorlog-krantenknipsels etc.).

'Nee,' zegt de kunstenaarsweduwe. 'Of wacht eens, een keer was een zeefdruk mislukt. Toen heeft hij hem ingelijst en aan mij gegeven.'

Tussen de vondstenaars (de term is van H.J.A. Hofland) blinkt af en toe een parel. We zijn erg gecharmeerd van de illusie die Leandro Erlich heeft gecreëerd, niet zozeer met zijn beroemde zwembad (waar je in kunt afdalen om het wateroppervlak van onder te bekijken), – dat is te veel pretpark (waar is de ontroering zou Reve zeggen) –, maar zijn kleinere, poëtische werk Cloud/Doghead. Een wolk, gevangen in een glazen kast.

'We worden gevraagd er een hondenkop in te zien,' leg ik uit aan de kunstenaarsweduwe, met de museumfolder in de hand.

'Wat nu weer!' schatert ze (ze kan goed schateren). 'Ik maak zelf wel uit wat ik in die wolk wil zien.'

In de filmzaal zitten we te nagelbijten en te 'oh'-en en 'ah'-en bij Der Lauf der Dinge van Peter Fischli & David Weiss. Over vondstenaars gesproken. Vondst-kunst to end all vondst-kunst. Ik had de film wel eens op YouTube gezien, in stukjes, maar bij een privé-screening op een groot scherm komt hij beter tot zijn recht. Dit is het leven. Niet meer en niet minder. 'Wat moeten ze een lol hebben gehad om dit allemaal bij elkaar te bedenken!'

Een stem waarschuwt dat het museum gaat sluiten. Dat komt goed uit, want we hebben een wijntje verdiend, in de nazomerzon op het gras voor het landgoed. Een plek die de insecten ook hebben ontdekt.

'Het lijkt wel een date, dit,' zeg ik, nippend aan mijn glas.

'Inderdaad,' schatert de kunstenaarsweduwe, terwijl ze om zich heen wappert met de menukaart. 'Ik heb een date met een wesp!'