Dun meisje


Terwijl N. en ik zwijgend de troostende nazomerse zonnestralen op een terrasje aan de gracht opvingen, zat, een tafeltje verderop, had ik al gezien (zijnde professioneel waarnemer, voyeur mag ook) een bleek, dun meisje. Ze had haar rugzak bij haar voeteneinde gestald. Ze had ook een laptop bij zich, maar die gebruikte ze niet. Ze lunchte. In haar eentje. Op zich al een bezienswaardigheid. Toen ze aanstalten maakte om te vertrekken en daarbij tamelijk ostentatief aarzelde, zei ik, bij gebrek aan een beter woord: 'Hallo.'

Ze zei hallo terug, maar daar bleef het niet bij. Ze deed haar verhaal. Ze was net afgestudeerd psycholoog en zat nu op de filmacademie. Een mooie combinatie leek me, bijvoorbeeld voor het maken van indringende, maar ook wetenschappelijk goed onderbouwde documentaires over het menselijk denken en gedrag, dat nooit nalaat te verbazen.

Ze stond op een tweesprong. Ze wilde naar het buitenland, maar moest ze dat ook doen? Op Amsterdam was ze uitgekeken. Geen stad waar veel creativiteit van uitging, vond ze. Niet zoals Parijs en Berlijn en zelfs Bangkok, waar ze ook langere tijd was.

In Amsterdam heeft iedereen alles al, zei ik. Succes, geld, vrienden, familie. Amsterdam is een stad voor gearriveerden. Kijk om je heen. Wie kan hier wonen? Alleen mensen die al ruimschoots geslaagd zijn. Dat is al vier eeuwen zo. Deze mensen zijn nergens meer naar op zoek. Misschien in Amsterdam Noord, zo oreerde ik verder, kun je nog iets van de scheppingsdrang en experimenteerdrift vinden die bijvoorbeeld ook Rotterdam ooit kenmerkte, en die me aan Brooklyn deed denken toen ik daar twintig jaar geleden woonde.

Het dunne meisje dacht erover naar LA te verhuizen.

Ik heb niets tegen LA, zei ik, maar dan moet je wel een auto hebben. Je kunt beter naar New York gaan.

Maar New York is toch heel duur?

Valt mee. En wat heeft een mens nodig? Minder dan je denkt.

Een goed boek, vulde N. aan. Ze glimlachte vanonder haar baseball-cap naar het dunne meisje.

In de East Village, of anders in Queens, kon je vroeger voor 5 à 10 dollar heel behoorlijk Indiaas eten, zei ik. Misschien is dat nog steeds zo.

Nou, ik denk dat ik dan maar ga, zei het dunne meisje.

Ik zou het doen. Straks ben je zo oud als wij en dan doe je niets meer, dan kun je alleen nog maar wachten op de dood.

Ze ging.