Gesprekken met mijn schildpad (5)




Koos? Koosje?

Môge.

Jij ook goedemorgen, ik ben blij dat je nog leeft.

Insgelijks.

Nee, serieus, elke ochtend, of eigenlijk telkens als ik een blik werp in jouw bak, in jouw leefwereld, ben ik bang dat je ergens levenloos rondzweeft, of scheef achter de pomp vastzit of op het eiland ligt, ondersteboven.

Bewaar je doemdenken en hypochondrie voor jezelf. Als ik stil lig in het water ben ik meestal aan het chillen. Zou jij ook eens moeten proberen. Was het niet die zoon van je, de informaticus, die een keer raak opmerkte dat je aan ADD lijdt?

Ik aan ADD? Dan lijdt iedereen aan ADD... Maar ik wil het niet over ziekte hebben, ik wil je een anekdote vertellen.

Ik ben dol op anekdotes. Een goede anekdote, en de dag is wat mij betreft gered.

Ik ben blij dat je er zo over denkt. We waren –

Wie is we?

Jouw semantische eigenaar, de zevenjarige, en ik, de eindverantwoordelijke, wij waren in de dierenwinkel.

Ah! Mijn vorige thuis!

Zeker. Deprimerend! Het is toch een soort concentratiekamp daarbinnen. Een soort Dachau voor dieren.

Nu overdrijf je. En wat weet jij ervan, jij bent nooit in Dachau geweest.

Maar goed, we hebben vitamines voor je gehaald.

Dank daarvoor... in de natuur wemelt het ook van de vitamines...

Dat bedoel ik. Maar goed, ik vraag aan die dierenverkoper hoe vaak ik het water moet verversen. Toch een niet onbelangrijk punt, lijkt me. Ik bedoel: hoe leuk is het om in je eigen vuil te leven?

We leven allemaal in ons eigen vuil, we moeten leren een verstandhouding op te bouwen met ons eigen vuil.

Mooi gezegd, maar ik zou toch een zekere hygiëne na willen streven. Ik bedoel, in de natuur...

De natuur bestaat allang niet meer. Heb je dat rapport van het WNF niet gelezen?

Ja. Daar werd ik niet vrolijk van. Maar verrassend genoeg doen wij het in Europa waar toch de grootste massamoorden plaatsvinden, het helemaal niet zo slecht.

Hoe zit het met die anekdote.

Die dierenverkoper antwoordde op mijn vraag naar de verversingsfrequentie: wat jij wil.

Hoezo wat jij wil?

Hij liet het helemaal aan mij over, wanneer ik tijd vond om jouw water te verversen.

Ik zou zeggen eens per week. Bedankt alvast voor de moeite. En voor de anekdote, hoewel ik moet zeggen, ik heb betere gehoord.

(zwemt weg)