Gesprekken met mijn schildpad (1)




Wat me opviel, toen ik je losliet in de – toegegeven: krappe – tijdelijke bak (die, toegegeven ook helemaal niet geschikt is voor jouw soort; je ziet ik heb veel toe te geven in mijn leven), onmiddellijk tegen de vensters op zwom. In paniek leek het.
Ik was ook in paniek.
Waarom?
Ik zocht naar de uitgang.
Je was je nog niet bewust van je gevangenschap, dat je leven zich in gevangenschap zou afspelen?
Jawel. Het was mijn instinct dat me parten speelde. Wat zou jij doen als je werd opgesloten in een vreemde ruimte?
Nou, dat is het grappige, dan zou ik 'dus' eerst de ruimte aftasten, kijken waar ik terecht was gekomen. Op onderzoek, zeg maar.
Ben ik ook geweest. Maar pas toen jij weg was.
Je was bang voor me.
Wat zou jij zijn voor een monster ter grootte van een sequoia dat zich onvoorspelbaar gedraagt.
Point taken.
Dat bedoel ik.
(Stilte.)
En je eet mijn visjes ook niet op.
Welke visjes.
Die ik op je eiland heb gelegd.
Sushi?
Weet ik veel, misschien. Nee, geen sushi. Visjes van de winkel. Ik heb er eentje keurig ontdooid en zoals aan mij uitgelegd in stukjes gehakt en vervolgens op je eiland gelegd.
Jij noemt die baksteen die je uit de tuin hebt gepakt een eiland?
Hij was precies hoog genoeg – en let op: hij is tijdelijk.
Ja, alles is tijdelijk. Nee, als dat een eiland is, dan is Nederland een Tuin van Eden.
Als je twee dagen wacht word je overgezet naar je nieuwe behuizing, en die ziet er echt veel beter uit.
We zullen zien.
Maar je hebt geen honger? Heb je het te koud, te warm, ben je eenzaam?
Ha! Eenzaamheid. Nee, Viktor, eenzaam ben ik niet. Wel teleurgesteld.