Dat is het wrede




De schoonbroer van mijn broer, ofwel de broer van mijn schoonzus, is een paar dagen geleden gestorven en ik wil dat niet onopgemerkt laten passeren. Hij was niet oud. Ik kende hem niet goed, maar de keren dat ik hem zag was hij goedgeluimd. Een levensgenieter, zoals dat heet. Hij was met een mede-levensgenieter getrouwd en woonde in Diemen.

Ik fietste toevallig door Diemen met mijn elfjarige een paar weken geleden, en we hadden net het nieuws gehoord dat hij ernstig ziek was, er was niet minder dan een medisch doodvonnis over hem geveld, en wij waren in een ouderwetse snoepwinkel in het centrum van Diemen en dachten: is het een idee om iets lekkers bij hem langs te brengen? Zo vaak is mijn elfjarige niet op ziekenbezoek geweest. Je moet wat. Niets doen is een optie, maar alleen voor een nihilist. Ik vind nihilisme als idee interessant, niet als lifestyle.

'Heeft geen zin meer,' zei mijn schoonzus toen ik haar belde vanuit de snoepwinkel. 'Lief bedoeld, maar nee.'

Ik heb een kaartje gestuurd. Als een schrijver zich van nut kan maken, dan met het sturen van kaartjes aan doodzieken. Toen ik het kaartje op de bus had gedaan, vroeg ik me af of het leesbaar was (ik heb het handschrift van een huisartsenzoon), maar misschien deed dat er niet toe.

Er valt niets te zeggen, dat is het erge.

Een week of twee geleden belde mijn broer om een update te geven over de status van de man die ik een kaartje had gestuurd. Het zag er nog steeds niet goed uit voor hem, maar toch minder niet goed dan aanvankelijk. Hij leefde nog.

Nu is hij dood. Vreemd hoe de diagnose – hij ging naar de huisarts met buikklachten en kreeg vervolgens te horen dat hij onder de kanker zat –, zo inslaat als een bom dat je daarna, als de zieke niet meteen sterft, weer hoop krijgt. Dat is het wrede, de dood laat nog even op zich wachten, lang genoeg om dingen te denken als: misschien valt het mee, misschien is er nog tijd. Dan slaat hij toe.

Een paar maanden geleden, vertelde mijn broer, was zijn schoonbroer bij de 102de verjaardag van zijn schoonvader en had toen opgemerkt: 'Dit zou wel eens de laatste verjaardag kunnen zijn die ik meemaak.'

Hij kreeg gelijk om de verkeerde reden.

'Though lovers be lost, love shall not,' dichtte Dylan Thomas. 'And death shall have no dominion.'